Gevolgen programmabegroting 2025 voor de financiële positie

Financiële strategie

Terug naar navigatie - Financiële strategie

Ons financieel beleid is gebaseerd op 3 pijlers. Aan de hand van die pijlers brengen we onze financiële positie in beeld

 

Prestatie indicatoren
We volgen onze financiën aan de hand van drie pijlers, dekking, risicomanagement en financiering.  

Pijler 1 Dekking

  • Begroting is structureel in evenwicht

In artikel 189 lid 2 van de Gemeentewet staat: 'De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Van de eis dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is kan de raad afwijken, indien aannemelijk is dat we het structureel en reëel evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming realiseren'.

Onderstaand het bestedings- en dekkingsplan van deze Programmabegroting.  We zien voor de jaren 2026 e.v., 'de ravijnjaren',  dat de begroting structureel niet meer in evenwicht is. Hier ligt al geruime tijd een opdracht voor het Rijk (Gemeenten zijn via de VNG en het IPO in overleg over een reële compensatie voor de gemeentetaken) maar zeker ook voor de gemeenten zelf. In de 2e helft van 2024 zijn we gestart met een traject om te zorgen dat ook de meerjarenraming in onze volgende begroting (2026) ook nog aan de eisen van de toezichthouder blijft voldoen. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. 

(bedragen x € 1.000, V= voordeel/N=Nadeel)

Bestedings- en dekkingsplan 2025-2028       2025  2026 2027 2028
Saldo Programmabegroting 2025 gemeente Maashorst V 250 N 9.948 N 5.573 N 4.517

 

Pijler 2 Risicomanagement en Weerstandsvermogen

Onderstaande grafiek schetst de ontwikkeling van de weerstandsratio. Deze wordt als volgt berekend: 

Weerstandscapaciteit   = € 84.724    = 4,66

Risico's                                        € 18.163 

Met de raad is afgesproken dat een weerstandsratio tussen 1 en 2 voldoende is. Bij een weerstandsratio van 2 zijn we als gemeente in staat om 2 keer alle geïnventariseerde en financieel gemaakte risico's op te vangen, mochten ze zich allemaal gelijktijdig voordoen.  Onze weerstandscapaciteit is méér dan voldoende.  Een mogelijkheid zou zijn om het overschot aan algemene reserves in te zetten ten behoeve van onze inwoners en bedrijven.  Dit kan bijvoorbeeld via balanssturing maar ook via de in 2024 nieuw geïntroduceerde optie om maximaal 10% van de algemene reserve in te zetten als dekking van structurele begrotingstekorten. Hieraan zijn strenge voorwaarden verbonden. Wij voldoen daar in 2025 aan en daarom wordt het begrotingstekort 2025 uit de algemene reserve gedekt. Zie ook onder "Uiteenzetting van de financiële positie". 

De ontwikkelingen in de wereld en in Nederland zijn onzeker en onrustig. Wat gaat het nieuwe kabinet voor gemeenten doen, de voortdurende oorlog in Oekraïne etc. zorgen voor financiële onzekerheden voor gemeenten. We zien de risico's toenemen en daardoor de ratio afnemen. De druk op de (financiële positie van) gemeenten neemt toe.

Pijler 3 Financiering

Pijler 3 gaat over de financieringsbehoefte. Kijken we naar Programmabegroting 2025 dan kunnen we stellen dat er voor € 36,7 miljoen aan investeringen opgenomen is in de jaren 2025 t/m 2028. Dit is tevens het belangrijkste effect op onze financieringsbehoefte. Vanwege een nog uit te voeren bedrag aan onderhanden kredieten t/m 2024 van 52 miljoen is de verwachting dat er in 2025 een langlopende lening van € 20 miljoen afgesloten zal moeten worden. Dit heeft een nadelig effect op de financiële kengetallen die hieronder uitgebreid beschreven worden.

Kengetallen financiën

Terug naar navigatie - Kengetallen financiën

Naast genoemde prestatie indicatoren zijn gemeenten, op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording, verplicht om onderstaande kengetallen op te nemen in de programmabegroting en programmarekening.

De berekening van deze kengetallen is voor iedere gemeente identiek. Op termijn is benchmarking met andere gemeenten op basis van deze getallen dan ook mogelijk. Let wel, een percentage zelf zegt nog niet zoveel. Bij vergelijking met andere gemeenten zal bijvoorbeeld ook het voorzieningenniveau betrokken moeten worden. De wetgever stelt ook geen eisen aan normering. Dit in verband met de eigenheid van gemeenten. In Maashorst beoordelen we deze waarden met behulp van zogenaamde signaleringswaarden. Deze waarden zijn onder meer afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C)  horen. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Onze ambitie is categorie A maar categorie B is eveneens een voldoende.

 

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote < 90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen <90% 90-130% >130%
Solvabiliteit >50% 20-50% <20%
Structurele exploitatieruimte >0% 0% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% .35%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

 

Kengetallen programmabegroting 2025

Rekening

2023

Begroting

2024

Begroting

2025

Begroting

2026

Begroting

2027

Begroting

2028

Netto schuldquote 28,6% 44,3% 43,4% 39,9% 44,2% 40,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 26,7% 42,4% 41,5% 37,9% 42,2%

38,8%

Solvabiliteit     48,4% 44,0% 44,0% 46,4% 44,7% 45,7%
Grondexploitatie 10,9% 14,4% 10,5% 5,2% 4,2% 3,4%
Structurele exploitatieruimte  5,8% 0,0% 0,1% -5,1% -2,9% -2,3%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens 78,7% 79,3% 84,0% 84,4% 84,7% 85,1%

Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Door de geplande afwikkelingen van de onderhandenwerkenlijst (investeringen), is er al in 2024 sprake van een financieringstekort en is de verwachting dat in 2025 een langlopende lening van € 20.000.000 afgesloten zal moeten worden. Hierdoor verslechterd dit kengetal in 2024 en 2025. Door de reguliere aflossingen verbetert het percentage weer in de jaren daarna. 

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteit laat zien in hoeverre de gemeente afhankelijk is van schuldeisers. Met dit cijfer kun je zien of je aan al je betalingsverplichtingen kunt voldoen.
Onder de solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen verstaan. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe beter je in staat bent om al je schulden te betalen. Ook dit percentage verslechterd doordat er in 2024 sprake is van een financieringstekort en in 2025 naar verwachting een langlopende lening van €20.000.000 afgesloten zal moeten worden. Het aandeel vreemd vermogen ten opzichte van het totale vermogen neemt namelijk toe. 

Grondexploitatie
Voor de berekening van dit kengetal worden de waarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting / programmarekening (artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Door aankoop van diverse gronden in 2024 stijgt het kengetal in 2024. Hierna daalt het kengetal door de verwachte verkopen van gronden. Voor de nog vast te stellen grondexploitaties is nog geen nieuwe boekwaarde anders dan de huidige boekwaarde. De toekomstige boekwaarde zal naar verwachting hoger zijn. Daarnaast is het zo dat bij verlieslatende grondexploitaties de verplichte verliesvoorziening verrekend wordt met de bruto boekwaarde voor dit overzicht. Door deze zaken geeft het verloop een aflopend beeld wat niet betekent dat de activiteiten binnen het grondbedrijf zo ver teruglopen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie, is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en de structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. De structurele baten en lasten worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten in staat zijn om de structurele lasten te dekken. In 2025 zijn de baten hoger dan de lasten, zoals zichtbaar is in het bestedings- en dekkingsplan. De jaren daarna zijn de structurele lasten hoger dan de baten.  Dit wordt verder toegelicht bij de uiteenzetting van de financiële positie. 

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde. Voor het kengetal 2025-2028 is uitgegaan van een stijging van de woonlasten met 2,3% index en een aanvullende OZB verhoging van 10%.