Financiering
Inleiding
Terug naar navigatie - Financiering - InleidingIn de financieringsparagraaf legt de gemeente verantwoording af over de uitvoering van het beleid op het gebied van financiering. De paragraaf geeft inzicht in de algemene ontwikkelingen, de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient, en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Financieringsbeleid
Terug naar navigatie - Financiering - FinancieringsbeleidDe belangrijkste doelen van ons beleid, zoals vastgelegd in het treasurystatuut zijn:
- overtollige gelden zetten we alleen uit bij banken of instellingen die voldoen aan de eisen van de Wet Fido en de bijbehorende uitvoeringsregeling;
- het aantrekken van leningen gebeurt door bij tenminste drie financiële instellingen een offerte aan te vragen;
- we maken alleen gebruik van financiële instrumenten om risico’s te verkleinen en niet om te speculeren.
Uit deze keuzes blijkt dat we voor een laag risicoprofiel gekozen hebben
Algemene ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Financiering - Algemene ontwikkelingenKortlopende financiering
Vanwege de dalende inflatie heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de centrale rente het afgelopen jaar fors verlaagd met als doel om de economie te stimuleren. Dit heeft geleid tot een daling van de kortlopende rente. De huidige rentepercentages voor financieringsmiddelen voor de korte termijn zijn veelal gekoppeld aan de Euribor-rentes en bedragen momenteel ongeveer 1,9%. Veel experts verwachten de komende tijd een gelijkblijvend renteverloop, doordat verwacht wordt dat de ECB de rente niet verder zal verlagen. Geopolitieke spanningen zouden weer tot een stijging van de rente kunnen leiden.
Langlopende financiering (kapitaalmarkt)
Zoals vermeld heeft de ECB de rente het afgelopen jaar fors verlaagd om de economie te stimuleren. Hierdoor zijn ook de langlopende rentes licht gedaald (looptijd van 25 jaar: van 3,5% begin 2024 naar ongeveer 3,0% per ultimo 2025). Begin 2026 is de rente weer licht gestegen (tot ongeveer 3,2%) door diverse externe ontwikkelingen (zoals de huidige geopolitieke situatie).
Bovenstaande ontwikkelingen voor Maashorst zijn voor 2025 verwerkt in deze jaarrekening (zie renteschema verderop in deze paragraaf) en voor 2026 en verder is een begrote rente van 3,0% opgenomen in de begroting.
Financieringsbehoefte
Terug naar navigatie - Financiering - FinancieringsbehoefteDe gemeente Maashorst werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat we ons op de geld- of kapitaalmarkt begeven. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. In onderstaande tabel staat een weergave van de ontwikkeling van de financieringspositie in 2025, weergegeven in een kasstroomoverzicht.

Een kasstroomoverzicht is een overzicht van de feitelijke geldstromen die in de loop van een boekjaar binnenkomen en uitgaan. Op basis van dit overzicht kan worden geconcludeerd dat we 2025 afsluiten met een (licht) financieringstekort. Zoals zichtbaar is in het overzicht in de programmabegroting 2026, zal er in 2026 naar verwachting een forser financieringstekort zijn (vanwege de onderhanden investeringen), waardoor een langlopende lening afgesloten zal moeten worden. De negatieve kasstroom overstijgt namelijk de kasgeldlimiet.
Inzicht rentelasten/-baten
Terug naar navigatie - Financiering - Inzicht rentelasten/-batenDe BBV-voorschriften schrijven voor dat we ook inzicht moeten geven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de manier waarop we rente toerekenen aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden. Schematisch kan de rentetoerekening als volgt worden weergegeven (bedragen in miljoenen):
|
|
Begroot 2025 inclusief wijzigingen |
Werkelijk 2025 |
|
| a. | De externe rentelasten over de korte en lange financiering | € 2.083 | € 2.056 |
| b. | De externe rentebaten (idem) | € -155 | - € 161 |
| Saldo rentelasten en rentebaten | € 1.929 | € 1.894 | |
| c1. | De rente die aan facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend | - € 0 | - € 0 |
| c2. | De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend | - € 66 | - € 66 |
| c3. |
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
€ 80 | € 82 |
| € 14 | € 16 | ||
| Aan taakvelden toe te rekenen externe rente | € 1.943 | € 1.911 | |
| d1. | Rente over eigen vermogen | € 0 | € 0 |
| d2. | Rente over voorzieningen | € 35 | € 35 |
| Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | € 1.977 | € 1.945 | |
| e. | De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | € 2.316 | € 2.202 |
| f. | Renteresultaat op het taakveld Treasury (-=positief, +=negatief) | - € 338 | - € 257 |
- Ad. a: Betreft de rentelasten over de reeds opgenomen langlopende geldleningen en de rente over kortlopende financiering (rekening-courant en kasgeldleningen).
- Ad. b: Betreft de renteopbrengsten over de verstrekte langlopende leningen aan Area en derden en overige rentebaten (bijv. rente startersleningen).
- Ad. c1: De toe te rekenen rente aan facilitaire grondexploitaties. Bij de gemeente Maashorst kennen we alleen algemene grondexploitaties. De rentetoerekening aan deze exploitaties is opgenomen onder onderdeel e.
- Ad. c2: Wanneer specifieke leningen extern zijn aangetrokken om deze vervolgens voor hetzelfde bedrag door te verstrekken aan een derde partij, wordt dit ook gezien als projectfinanciering. Dit betekent dat de rentelasten en -baten niet worden opgenomen in de renteomslag. Voor Maashorst betreft dit 2 geldleningen die doorgeleend zijn aan woningbouwcorporatie Area.
- Ad. c3: Dit betreft de rentebaten van de doorgeleende geldleningen aan stichting Area en overige rentebaten (zie ook c2).
- Ad. d1: Binnen de gemeente Maashorst wordt er geen rente toegevoegd aan reserves.
- Ad. d2: Dit betreft de rentetoevoeging aan de voorziening nr. 7503001 Afkoop onderhoud begraafplaats (4,0%). Deze voorziening is op contante waarde gewaardeerd. In dat geval is rentetoevoeging aan de voorziening toegestaan.
- Ad. e/f: De totaal aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt € 1.945.000. De omslagrente wordt berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal (middels totaalfinanciering) zijn gefinancierd. Op basis van de uitgangspunten in de BBV-notitie rente mag het omslagpercentage worden afgerond om een consistent percentage te kunnen hanteren.
Het te hanteren omslagpercentage is voor 2025 (zie programmabegroting 2025) vastgesteld op 0,9%. Door het afronden van het omslagpercentage ontstaat een renteresultaat. Zoals te zien is in het renteschema, is het werkelijke renteresultaat € 257.000 hoger dan begroot.
Wet Hof/ EMU-saldo
Terug naar navigatie - Financiering - Wet Hof/ EMU-saldoSchatkistbankieren
Om de overheidsschuld en het financiële risico voor decentrale overheden te verminderen, wil het kabinet dat gemeenten hun overtollige middelen niet meer overal kunnen stallen. Hiervoor is per 15 december 2013 de Wet schatkistbankieren van kracht geworden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen, boven een bepaald drempelbedrag, aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt op basis van de Wet Fido de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.
Als gevolg van de grote onderhanden werken positie (investeringen) bezitten we geen overtollige middelen. Zoals in onderstaand overzicht is waar te nemen, is in 2025 het drempelbedrag niet overschreden. Derhalve is voldaan aan het schatkistbankieren.

Wet Hof
Beleid
Het doel van de Wet Hof is ervoor te zorgen dat Nederland voldoet aan de binnen Europa afgesproken norm van maximaal 3% tekort op de begroting. De 3%-norm is daarbij doorvertaald naar een aandeel voor de decentrale overheden. Het Rijk hanteert een zogenaamde 'macronorm' voor de drie decentrale overheden gezamenlijk. Het Rijk en de decentrale overheden hebben elkaar gevonden in een macro-economische en monetaire unie (EMU)-norm van -0,5 procent van het bruto binnenlands product (BBP) per jaar voor de periode 2024 tot en met 2026. Het gemeentelijk aandeel in de macronorm bedraagt -0,34 procent en wordt per individuele gemeente verdeeld op basis van het begrotingstotaal. De individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Dat betekent dat er geen (individuele) sancties van toepassing zijn. Deze meerjarige afspraak is bedoeld om tot en met 2026 bestuurlijke rust en duidelijkheid te creëren voor alle partijen inzake de EMU-norm. Zodra er wel sancties volgen, gaan wij daarop sturen.
Inzicht in individuele EMU-saldi
Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Het EMU-saldo is het verschil tussen inkomsten en uitgaven en geeft aan of sprake is van een overschot of een tekort. Het werkelijke EMU-saldo 2025 van de gemeente Maashorst is + € 2,0 miljoen. Hiermee blijven we ruim binnen de norm van - € 2,1 miljoen. In de primitieve begroting was een overschot van € 8,3 miljoen geraamd, maar door extra investeringen en grondaankopen is het verschil met de norm kleiner geworden. Zoals hierboven beschreven, worden door het Rijk geen sancties opgelegd.
Schuldpositie
Terug naar navigatie - Financiering - SchuldpositieFinancieringsbeleid
Het financieringsbeleid is erop gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven ernaar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een meerjarige raming van het financieringstekort proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door investeringen en ontwikkelingen binnen het grondbedrijf. Onderstaand een overzicht van het verloop van onze langlopende schuld.
| Jaar |
Totaalbedrag langlopende schuld per 31 december |
| 2022 | € 74 miljoen |
| 2023 | € 68 miljoen |
| 2024 | € 61 miljoen |
| 2025 | € 55 miljoen |
De ontwikkeling van de langlopende schuld laat zien dat de schuldpositie de afgelopen jaren fluctueert onder invloed van investeringsniveaus en aflossingen. Na een stijging in 2022 als gevolg van investeringen, is de schuldpositie in de jaren daarna weer afgenomen door reguliere aflossingen en beperkte nieuwe financiering. De daling tot € 55 miljoen ultimo 2025 geeft aan dat de gemeente momenteel relatief terughoudend is geweest met het aantrekken van nieuwe langlopende leningen. Gezien de geplande investeringen wordt echter verwacht dat in 2026 opnieuw een beroep moet worden gedaan op de kapitaalmarkt. De reeds aangetrokken € 15 miljoen per 30 januari 2026 bevestigt deze ontwikkeling. De verwachting is dat in heel 2026 in totaal € 30.000.000 zal worden aangetrokken. De omvang en ontwikkeling van de schuldpositie vormen een belangrijke basis voor de beoordeling van het renterisico en de toetsing aan de renterisiconorm.
Risico’s
Onder risico’s worden met name renterisico’s (van vaste schuld en vlottende schuld) verstaan. Voor de toetsing van het renterisico heeft de overheid twee instrumenten gedefinieerd, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel de gemeente kort mag financieren als percentage van de begroting. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal.
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.
Kasgeldlimiet
Verantwoording benutting kasgeldlimiet 2025 (bedragen x € 1.000)
| Stap | Variabelen kasgeldlimiet | Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 |
| 1. | Netto vlottende schuld (+) of Overschot middelen (–) | 16.363 | 17.839 | 3.419 | 3.554 |
| 2. | Kasgeldlimiet | 17.564 | 17.564 | 17.564 | 17.564 |
| 3a. | Ruimte onder de kasgeldlimiet (2>1) | -1.201 | n.v.t | -14.145 | -14.010 |
| 3b. | Overschrijding van de kasgeldlimiet (1>2) | n.v.t. | 275 | n.v.t. | n.v.t. |
| Berekening kasgeldlimiet | |||||
| 2a. | Begrotingstotaal 2025 | 206.630 | |||
| 2b. | Percentage regeling | 8,5% | |||
| Kasgeldlimiet (2a x 2b) | 17.564 |
Volgens de wet Fido mag de kasgeldlimiet gedurende maximaal drie achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. In 2025 is de kasgeldlimiet niet meer dan 1 kwartaal overschreden.
Renterisiconorm
Het renterisico met betrekking tot de renterisiconorm gaat over de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld. Het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico wordt in een jaar getoetst aan de renterisiconorm. Deze wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal.
Het renterisico kan worden gestuurd door bij het aantrekken van nieuwe langlopende financieringsmiddelen rekening te houden met de vervaldata en renteherzieningen van de bestaande schuld.
In onderstaand overzicht worden de renterisiconorm en het renterisico uiteengezet.
| Stap | Variabelen Renterisiconorm | 2025 |
| 1. | Renteherzieningen | 0 |
| 2. | Aflossingen opgenomen geldleningen | 5.721 |
| 3. | Renterisico op de vaste schuld (1+2) | 5.721 |
| 4. | Renterisiconorm | 41.326 |
| 5. | Ruimte onder de renterisiconorm (4 -/- 3) | 35.605 |
| Berekening renterisiconorm | ||
| 4a. | Begrotingstotaal 2025 | 206.630 |
| 4b. | Vastgesteld percentage | 20% |
| 4. | Renterisiconorm (4a.* 4b. / 100) | 41.326 |