Uiteenzetting van de financiële positie
Bestedings- en dekkingsplan 2027-2030
Terug naar navigatie - Uiteenzetting van de financiële positie - Bestedings- en dekkingsplan 2027-2030Onderstaand een verdere uitwerking van hoe we tot de nu voorliggende programmabegroting 2027 zijn gekomen. Ons vertrekpunt is het financieel beeld zoals opgenomen in de Kaderbrief 2027. Daarna een uiteenzetting van de ontwikkelingen met financiële gevolgen voor deze begroting. Het samenwerkingsakkoord is uitgewerkt naar een uitvoeringsprogramma wat financieel vertaald is voor de jaren 2027 tm 2030. Dit alles met structurele inzet van onze algemene reserve leidt tot het nu voorliggend meerjarenperspectief, waarbij jaar 2027 structureel in evenwicht is. Posten in begrotingsjaar 2027 boven € 100.000 zijn voorzien van een toelichting. Posten onder € 100.000 worden samengevoegd en verder niet toegelicht.
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
1. Meerjarenbeeld Kaderbrief 2027-2030 |
976 |
V |
1.408 |
N |
607 |
V |
2.767 |
V |
|||
2. Genomen raadsbesluiten nog niet financieel opgenomen na besluitvorming kaderbrief 2027 |
297 |
N |
297 |
N |
297 |
N |
297 |
N |
|||
3. Autonome ontwikkeling na besluitvorming Kaderbrief 2027 |
4.020 |
N |
3.302 |
N |
4.056 |
N |
4.124 |
N |
|||
4. Overige ontwikkelingen met financiële gevolgen |
1.139 |
N |
1.139 |
N |
139 |
N |
861 |
V |
|||
5. Financiële gevolgen uitvoeringsprogramma |
3.206 |
N |
4.558 |
N |
4.644 |
N |
4.834 |
N |
|||
6. Gevolgen septembercirculaire 2026 |
550 |
V |
511 |
V |
744 |
V |
839 |
V |
|||
Structureel saldo Programmabegroting 2027 |
7.136 |
N |
10.193 |
N |
7.785 |
N |
4.788 |
N |
|||
Incidenteel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
1. Meerjarenbeeld na Kadernota 2027-2030 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|||||||
2. Financiële gevolgen 2e tussentijdse rapportage 2025 |
409 |
N |
185 |
N |
0 |
0 |
|||||
2. Financiële gevolgen 1e tussentijdse rapportage 2026 |
487 |
N |
1.421 |
V |
18 |
V |
18 |
V |
|||
5. Financiële gevolgen uitvoeringsprogramma |
4.809 |
N |
3.080 |
N |
636 |
N |
369 |
N |
|||
Incidenteel saldo Programmabegroting 2027 |
5.705 |
N |
1.844 |
N |
618 |
N |
351 |
N |
|||
Totaal financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Structureel saldo Programmabegroting 2027 |
7.136 |
N |
10.193 |
N |
7.785 |
N |
4.788 |
N |
|||
Incidenteel saldo Programmabegroting 2027 |
5.705 |
N |
1.844 |
N |
618 |
N |
351 |
N |
|||
Totaal financieel saldo Programmamabegroting 2027 |
12.841 |
N |
12.037 |
N |
8.403 |
N |
5.139 |
N |
|||
Dekking (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
1. Afhechting project 'sluitend maken meerjarenbegroting 2026-2029 |
|||||||||||
Achterwege laten indexering van beïnvloedbare budgetten |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
|||
Inzet middelen IBN |
75 |
V |
100 |
V |
100 |
V |
100 |
V |
|||
Aframen post onvoorzien |
45 |
V |
45 |
V |
45 |
V |
45 |
V |
|||
Stelpost kapitaallasten MIP |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
|||
Dekking schaalsprong toerekening extra uren |
600 |
V |
600 |
V |
600 |
V |
600 |
V |
|||
Totaal 1. Afhechting project 'sluitend maken meerjarenbegroting 2026-2029 |
4.824 |
V |
4.849 |
V |
4.849 |
V |
4.849 |
V |
|||
2. Inzet algemene reserve (AR) |
|||||||||||
Inzet AR t.b.v. dekking incidenteel saldo programmabegroting 2027 |
5.705 |
V |
1.844 |
V |
618 |
V |
351 |
V |
|||
Inzet AR surplus 10% als structureel dekkingsmiddel |
2.312 |
V |
2.869 |
V |
2.520 |
V |
2.233 |
V |
|||
Totaal 2. inzet algemene reserve (AR) |
8.017 |
V |
4.713 |
V |
3.138 |
V |
2.584 |
V |
|||
Totale dekking (1+2) |
12.841 |
V |
9.562 |
V |
7.987 |
V |
7.433 |
V |
|||
Resume (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = Nadeel) |
|||||||||||
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Totaal financieel saldo Programmabegroting 2027 |
12.841 |
N |
12.037 |
N |
8.403 |
N |
5.139 |
N |
|||
Totale dekking |
12.841 |
V |
9.562 |
V |
7.987 |
V |
7.433 |
V |
|||
Saldo Programmabegroting 2027 |
0 |
2.475 |
N |
416 |
N |
2.294 |
V |
||||
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
1. Meerjarenbeeld na Kaderbrief 2027-2030 |
976 |
V |
1.408 |
N |
607 |
V |
2.767 |
V |
|||
Begin juli 2026 heeft de raad de kaderbrief 2027 vastgesteld. De kaderbrief met zijn opgenomen financieel beeld kunnen we zien als het startdocument voor deze programmabegroting. We starten dan ook met de saldi zoals gepresenteerd in de kaderbrief.
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Raadsbesluit extra wethouder (raad 27 mei 2026) |
169 |
N |
169 |
N |
169 |
N |
169 |
N |
|||
Overige posten < € 100.000 |
128 |
N |
128 |
N |
128 |
N |
128 |
N |
|||
Genomen raadsbesluiten nog niet financieel opgenomen na besluitvorming kaderbrief 2027 |
297 |
N |
297 |
N |
297 |
N |
297 |
N |
|||
Na de vaststelling van kaderbrief 2027 door de raad zijn er besluiten genomen met financiële gevolgen. Die nemen we nu mee in het basisbeeld van deze programmabegroting.
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
CDOKE middelen (capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid |
833 |
V |
833 |
V |
833 |
V |
|||||
Oormerken CDOKE middelen |
1.087 |
N |
833 |
N |
833 |
N |
833 |
N |
|||
CAO ontwikkeling woon- werkverkeer |
600 |
N |
600 |
N |
600 |
N |
600 |
N |
|||
Treasury |
138 |
N |
265 |
N |
891 |
N |
1.012 |
N |
|||
Bijstelling integratieuitkering Participatie 2030 |
400 |
V |
|||||||||
Actualisatie Meerjarig investeringsprogramma (MIP) |
49 |
V |
44 |
N |
216 |
N |
638 |
N |
|||
Gevolgen nieuwe nota activabeleid |
178 |
V |
163 |
V |
210 |
V |
222 |
V |
|||
Autonome ontwikkelingen IAS |
750 |
N |
800 |
N |
800 |
N |
800 |
N |
|||
Regionaal budgettair kader jeugdhulp (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026) |
112 |
N |
76 |
N |
76 |
N |
76 |
N |
|||
Wmo voorzieningen (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026) |
180 |
N |
179 |
N |
178 |
N |
201 |
N |
|||
Wmo begeleiding (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026) |
659 |
N |
659 |
N |
659 |
N |
659 |
N |
|||
Lokaal budgettair kader jeugdhulp (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026) |
664 |
N |
664 |
N |
664 |
N |
664 |
N |
|||
Overige posten < € 100.000 |
57 |
N |
178 |
N |
182 |
N |
96 |
N |
|||
Autonome ontwikkelingen na besluitvorming Kaderbrief 2027 |
4.020 |
N |
3.302 |
N |
4.056 |
N |
4.124 |
N |
|||
Nieuwe autonome ontwikkelingen die eerst na de vaststelling van de kaderbrief 2027 bekend werden nemen we nu mee in het financieel beeld.
CDOKE middelen (Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid
Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten moeten ervan uit kunnen gaan dat ze dit geld jaarlijks ontvangen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. In de meicirculaire 2026 zijn de middelen voor 2027 beschikbaar gesteld. Met instemming van de Provincie ramen we deze middelen ook voor de jaren 2028 en verder. We oormerken deze middelen voor het doel waar ze voor bestemd zijn.
CAO ontwikkeling woon-werkverkeer
Op grond van artikel 3.22 van de CAO Gemeenten 2025-2027 zijn gemeenten vanaf 1 januari 2026 verplicht een regeling voor woon-werkverkeer vast te stellen. In overleg met de werknemersdelegatie is een passende regeling uitgewerkt wat leidt tot extra structurele kosten.
Treasury
Treasury zijn alle activiteiten die betrekking hebben op het sturen en beheersen van de geldstromen. We berekenen hier de financiële gevolgen van de investeringsbehoefte die voortvloeit uit deze programmabegroting 2027. Met name door fluctuaties in investeringsvolumes in de verschillende jaren, en ook de ontwikkelingen van de bouwgronden in exploitatie, fluctueert ook de berekening van het financieringstekort (en dus de bijbehorende rentelasten).
Bijstelling integratie-uitkering Participatie 2030
Voor de uitvoering van de Participatiewet (waaronder beschut werk en re-integratie) ontvangen gemeenten middelen van het Rijk. Deze rijksmiddelen zijn taakstellend in de begroting van Maashorst opgenomen en fluctueren mee met de macro-ontwikkelingen (inkomsten=uitgaven). In de meicirculaire 2026 zijn deze budgetten door het Rijk bijgesteld. Voor 2030 levert dat een voordeel op.
Actualisatie Meerjarig investeringsprogramma (MIP)
Als onderdeel van het project 'Een sluitende en toekomstbestendige meerjarenbegroting' is een actualisatie van het MIP uitgevoerd. De kaders die we hierbij hebben gehanteerd:
- Een maximaal investeringsvolume van € 20 miljoen per jaar, gebaseerd op historische volumes. (Investeringen in onderwijshuisvesting, startersleningen en strategische grondaankopen blijven bij dit plafond buiten beschouwing)
- Kredieten waar 3 jaar geen bestedingen op hebben plaatsgevonden worden afgesloten, tenzij er concrete plannen voor uitvoering zijn.
- Investeringen meer te faseren in de tijd, en te splitsen naar realistische jaarschijven.
Gevolgen nieuwe nota activabeleid
Dit jaar is de Financiële verordening gemeente Maashorst geactualiseerd. Een uitvloeisel van deze verordening is de nota waardering, activering en afschrijving gemeente Maashorst 2027. In deze verordening zijn onder andere de afschrijvingstermijnen aangepast aan de werkelijke technische levensduur. Ook is de activeringsgrens verhoogd van kredieten naar € 50.000 (was € 20.000).
Autonome ontwikkelingen IAS (informatiemanagement, applicatiebeheer en systeembeheer)
Het implementatie- en vervangingsbudget voor software wordt structureel opgenomen in de meerjarenbegroting. Met de opname van het budget voor autonome ontwikkelingen IAS wordt geborgd dat de organisatie over voldoende middelen beschikt om het applicatielandschap duurzaam op peil te houden.
Regionaal budgettair kader jeugdhulp (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026)
Op 26 mei 2026 heeft het College het Regionaal Budgettair Kader (RBK) specialistische jeugdhulp 2026 herijkt en het RBK 2027 vastgesteld. Nadien is de verdeelsleutel volgens de centrumregeling Jeugd opnieuw regionaal vastgesteld. De per saldo nadelige effecten van 2027 en verder worden verwerkt in de begroting vanaf 2027 (structureel € 76.000). Vanuit de wettelijke verplichting wordt regionaal uitvoering gegeven aan de nieuwe Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang voor pleegkinderen. De verwachte uitgaven voor Maashorst daarvoor bedraagt € 36.000 in 2027.
Wmo voorzieningen (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026)
De eerder verwachte daling van de uitgaven voor dagbesteding was te positief ingeschat. Na eerdere aframingen in 2024 en 2025 zijn de uitgaven weer gestegen en het afgelopen halfjaar is opnieuw een oplopende trend zichtbaar. Er wordt daarom rekening gehouden met een structureel nadeel van € 88.000 voor Wmo Dagbesteding. Het restant wordt veroorzaakt door met name de (CAO) indexering van de regionale Wmo begroting centrumgemeente voor Inkoop & Contractmanagent (€ 90.000 structureel) en de hogere bijdrage oplopend tot 23.000 (structureel) voor gemeenschappelijke regeling Kleinschalig Collectief vervoer Brabant Noordoost (raad 25 juni 2026).
Wmo begeleiding (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026)
De stijgende ontwikkeling binnen Wmo begeleiding zet zich in 2026 voort. Op basis van de huidige prognose wordt een structurele overschrijding van € 659.000 verwacht. Deze ontwikkeling wordt gekenmerkt door een toename van het aantal unieke cliënten en een langere gemiddelde trajectduur, waarbij de grootste groei zichtbaar is binnen de leeftijdsgroep van 18 tot en met 27 jaar. De oorzaken van deze ontwikkeling worden nader onderzocht.
Lokaal budgettair kader jeugdhulp (structureel effect 2e tussentijdse rapportage 2026)
Op basis van de voorlopige prognoses voor jeugdhulp wordt in 2026 een structurele overschrijding van € 664.000 verwacht, oftewel 3,04% van het lokale jeugdhulpbudget. Sinds 2024 neemt het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt weer toe en deze trend zet door in 2026. Tegelijkertijd daalt het aantal voorzieningen per jeugdige, maar stijgen de kosten sterk, vooral binnen de basis GGZ en specialistische begeleiding. Dit komt onder meer door lange wachtlijsten in de (hoog)specialistische GGZ, waardoor vaker gebruik wordt gemaakt van basis GGZ. Ook binnen de zware jeugdhulp nemen de kosten toe, met name voor verblijfsvormen. De afbouw van Jeugdzorg+ en de overgang naar kleinschalig verblijf zorgen daarbij voor hogere lokale kosten en meer stapeling van indicaties. Daar staat tegenover dat de kosten voor jeugdbescherming, reclassering en het Landelijk Transitiearrangement afnemen.
Overige posten < € 100.000
Deze posten worden verder niet toegelicht, zoals afgesproken met de raad in de financiële verordening
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Gebundelde uitkering BUIG (structureel effect jaarrekening 2025) |
290 |
N |
290 |
N |
290 |
N |
290 |
N |
|||
Wmo Begeleiding (structureel effect jaarrekening 2025) |
311 |
N |
311 |
N |
311 |
N |
311 |
N |
|||
Lokaal budgettair kader Jeugdhulp (structureel effect jaarrekening 2025) |
538 |
N |
538 |
N |
538 |
N |
538 |
N |
|||
Inverdieneffect programma Toekomstbestendig Sociaal Domein (Wmo en Jeugdhulp) |
500 |
V |
1.000 |
V |
|||||||
Inverdieneffect personeel |
500 |
V |
1.000 |
V |
|||||||
Overige ontwikkelingen met financiële gevolgen |
1.139 |
N |
1.139 |
N |
139 |
N |
861 |
V |
|||
Overige ontwikkelingen waar in begroting 2027 rekening mee gehouden wordt:
Gebundelde uitkering BUIG (structureel effect jaarrekening 2025)
De financiële analyse van de jaarrekening 2025 laat een structureel nadeel van € 290.000 zien door een stijging van het bijstandsbestand met 40 cliënten tot 702 cliënten. Dit komt voornamelijk doordat in Maashorst een inhaalslag is gemaakt in de wettelijke taakstelling voor vergunninghouders. Daardoor zijn meer statushouders ingestroomd in de Participatiewet. Deze groep volgt een inburgeringstraject van 3 jaar. Vanuit andere doelgroepen (zoals jongeren en 27plus) is ook sprake van een lagere uitstroom, terwijl de instroom gelijk blijft. Dit is een landelijke trend. De oorzaak hiervan is dat de groep die instroomt een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Mensen met een korte afstand vinden zelf werk in de huidige krappe arbeidsmarkt.
Wmo begeleiding (structureel effect jaarrekening 2025)
Uit de financiële analyse van de jaarrekening 2025 blijkt een structurele overschrijding van € 311.000 op het budget Wmo begeleiding (ZIN). Er is een stijging te zien in het gebruik van Wmo begeleiding (ZIN) van 10% ten opzichte van vorig jaar, met name bij de doelgroep 18 tot en met 27 jaar. Wanneer we kijken naar de ontwikkeling en omvang van de jeugdzorg (voorliggende doelgroep) en de mogelijke toestroom naar Wmo-begeleiding, is het noodzakelijk dat er wordt ingezet op de Stevige Lokale Teams om de groei af te vlakken. In vergelijking met landelijke cijfers maken inwoners van onze regio, waaronder Maashorst, relatief veel gebruik van Wmo Begeleiding. Daarnaast zien we een stijging in de zwaardere producten.
Lokaal budgettair kader Jeugdhulp (structureel effect jaarrekening 2025)
De financiële analyse van de jaarrekening 2025 sluit met een structureel meerjarig tekort van € 327.000 op het budget Jeugdhulp Lokaal Budgettair Kader (LBK). Door een lagere regionale solidariteitsbijdrage voor excessieve casuïstiek dan verwacht (-/- € 211.000) is dit saldo nadien gewijzigd in € 538.000 (structureel). Al enkele jaren zien we kosten van de Jeugdzorg in Maashorst in lijn met de regionale en landelijke trend verder toenemen. We zien de totale uitgaven in 2025 met ongeveer 10% stijgen ten opzichte van 2024. Het percentage unieke jeugdigen in de zorg zien we ook in 2025 verder doorstijgen (van 13,2% in 2024 naar 13,9%). Maashorst zit daarmee iets hoger dan het gemiddelde van de regio (13,6%). De ingezette trend uit 2024, waarin sprake was van een stijging van de lichte zorgproducten en een daling van de specialistische zorgproducten, heeft zich in 2025 voorgezet. Echter op de zwaardere complexe zorg wijken we in negatieve zin af van het regionale gemiddelde door met name een stijging in het aantal excessieve casussen.
Inverdieneffect programma Toekomstbestendig Sociaal Domein (Wmo en Jeugdhulp)
De investeringen in de sterke sociale basis en de stevige lokale teams zijn erop gericht om op termijn bij te dragen aan een afbuiging van de kosten voor Wmo en Jeugdhulp. Door meer in te zetten op preventie en het vroegtijdig begeleiden van inwoners en gezinnen, kan zwaardere en duurdere ondersteuning mogelijk vaker worden voorkomen, beperkt of uitgesteld. De mate waarin deze aanpak daadwerkelijk leidt tot een afname van de kosten is afhankelijk van diverse factoren en zal zich naar verwachting geleidelijk ontwikkelen. Om deze verwachte ontwikkeling financieel te vertalen in de meerjarenbegroting, gaan we vooralsnog uit van een afbuiging van € 500.000 in 2029, oplopend naar € 1 miljoen in 2030. De komende jaren volgen we de ontwikkeling van de uitgaven en de effecten van de ingezette maatregelen nauwgezet, zodat we deze aannames waar nodig kunnen bijstellen.
Uitvoeringsprogramma (structureel)(bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Programma 1. Samen wel zijn |
|||||||||||
-Bestaanszekerheid |
880 |
N |
955 |
N |
955 |
N |
955 |
N |
|||
-Betaald werk |
175 |
N |
234 |
N |
234 |
N |
234 |
N |
|||
-Sterke sociale basis/stevige lokale teams |
944 |
N |
1.669 |
N |
1.669 |
N |
1.669 |
N |
|||
Programma 2. Een gezamenlijk thuis |
|||||||||||
-Maatschappelijke voorzieningen |
15 |
N |
57 |
N |
100 |
N |
167 |
N |
|||
-Wonen & Zorg en bijzondere woonvormen |
230 |
N |
306 |
N |
306 |
N |
306 |
N |
|||
-Wonen & Zorg en bijzondere woonvormen |
455 |
N |
353 |
N |
116 |
N |
|||||
Dekking uit BR wonen & Zorg en bijzondere woonvormen |
455 |
V |
353 |
V |
116 |
V |
|||||
-Programma beleidstransitie (Omgevingsprogramma en omgevingsplan) |
964 |
N |
1.464 |
N |
1.514 |
N |
1.214 |
N |
|||
Dekking uit BR beleidstransities (Omgevingsprogramma en omgevingsplan) |
964 |
V |
1.464 |
V |
1.514 |
V |
1.214 |
V |
|||
-Programma beleidstransitie (Warmteprogramma) |
0 |
0 |
0 |
0 |
|||||||
-Weerbare samenleving |
183 |
N |
244 |
N |
182 |
N |
182 |
N |
|||
-posten < € 100.000 |
96 |
N |
100 |
N |
110 |
N |
138 |
N |
|||
Programma 3. Verwevenheid met de natuur |
|||||||||||
Groene, gezonde en inclusieve leefomgeving |
0 |
25 |
N |
120 |
N |
215 |
N |
||||
Programma 4. Een gezonde economie |
|||||||||||
-Landelijk gebied |
114 |
N |
255 |
N |
255 |
N |
255 |
N |
|||
Programma 5. Samen mogelijk maken |
|||||||||||
Investeren in een toekomstbestendige organisatie |
501 |
N |
713 |
N |
713 |
N |
713 |
N |
|||
- posten < € 100.000 |
68 |
N |
|||||||||
Programma 6. Algemene dekkingsmiddelen |
|||||||||||
Structureel financiële gevolgen uitvoeringsprogramma |
3.206 |
N |
4.558 |
N |
4.644 |
N |
4.834 |
N |
|||
Uitvoeringsprogramma (incidenteel)(bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Programma 1. Samen wel zijn |
|||||||||||
Posten < € 100.000 |
47 |
N |
|||||||||
Programma 2. Een gezamenlijk thuis |
|||||||||||
Integrale maatlat en leidraad ontwikkelaars |
120 |
N |
|||||||||
OHV |
3.159 |
N |
166 |
N |
267 |
N |
0 |
||||
Proactiever, zakelijker werken |
675 |
N |
900 |
N |
|||||||
Sport en bewegen |
120 |
N |
|||||||||
Weerbare samenleving |
75 |
N |
75 |
N |
|||||||
Posten < € 100.000 |
136 |
N |
50 |
N |
|||||||
Programma 3. Verwevenheid met de natuur |
|||||||||||
Groene, gezonde en inclusieve leefomgeving |
309 |
N |
269 |
N |
269 |
N |
269 |
N |
|||
Programma 4. Een gezonde economie |
|||||||||||
Landelijk gebied |
100 |
N |
120 |
N |
100 |
N |
100 |
N |
|||
Posten < € 100.000 |
68 |
N |
|||||||||
Programma 5. Samen mogelijk maken |
|||||||||||
Programma 6. Algemene dekkingsmiddelen |
|||||||||||
Incidentele financiële gevolgen uitvoeringsprogramma |
4.809 |
N |
1.580 |
N |
636 |
N |
369 |
N |
|||
Het samenwerkingsakkoord is vertaald in een uitvoeringsprogramma 2027-2030. Dit uitvoeringsprogramma is financieel doorgerekend. Jaarschijf 2027 van het uitvoeringsprogramma is volledig opgenomen in het Programmaplan. Zowel beleidsmatig als financieel. De jaren 2028 en verder hebben we ook financieel opgenomen in deze begroting. Hiermee is een belangrijke kwaliteitsimpuls gegeven aan ons meerjarig bestedings- en dekkingsplan. We kunnen stellen dat de realiteitswaarde van de programmabegroting enorm is toegenomen. In onderstaande tabel een uiteenzetting van zowel de structurele als incidentele gevolgen van het uitvoeringsprogramma als de component capaciteit de inzichtelijk is gemaakt.
Per maatregel, activiteit, beweging onderstaand een korte toelichting
Programma 1 Samen wel zijn
- Bestaanszekerheid
Door het verruimen van het minimabeleid naar 130% van het sociaal minimum nemen de kosten van deze regeling toe. Daarnaast stijgt het aantal te behandelen dossiers wat impact heeft op de benodigde capaciteit bij verschillende teams. We continueren het Kindpakket en maken het Volwassenenfonds en de steun aan Quiet Maashorst structureel na positieve evaluatie. De implementatie van de verschillende elementen uit de basisdienstverlening schuldhulpverlening vraagt om een intensivering van werkzaamheden op het gebied van preventie, vroegsignalering, begeleiding en nazorg. Om de kwaliteit van onze dienstverlening duurzaam te kunnen waarborgen en de wettelijke taken adequaat uit te voeren is uitbreiding van de formatie noodzakelijk.
- Betaald werk
We gaan aan de slag met de aanpak van Jeugdwerkloosheid om zoveel mogelijk jongeren duurzaam aan het werk te helpen. Hiervoor is extra capaciteit op participatie, specifiek voor de doelgroep jongeren 27 miljoen nodig.
- Sterke sociale basis/stevige lokale teams
De gemeente werkt stapsgewijs toe naar een gemeentebreed dekkend Stevig Lokaal Team (SLT) in 2028, conform het beleidskader Sterke Sociale Basis en de Hervormingsagenda Jeugd. Hierbij wordt ondersteuning dichter bij inwoners georganiseerd en verschuift de focus van individuele voorzieningen naar preventieve, collectieve en vrij toegankelijke ondersteuning. Hiermee worden de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners versterkt en blijft specialistische zorg beschikbaar voor inwoners die deze het hardst nodig hebben. Om deze transformatie mogelijk te maken is voor de periode 2027-2030 aanvullend transformatiebudget nodig. Dit budget wordt ingezet voor tijdelijke extra capaciteit om de veranderingen zorgvuldig te implementeren. De ontwikkeling van de uitgaven en de effecten van de maatregelen worden de komende jaren nauwgezet gevolgd en waar nodig bijgesteld.
Om de sociale basis verder te versterken, wordt structureel geïnvesteerd in zowel preventie als ondersteuning. Voor het uitvoeren van gedeelde verklarende analyses wordt aan de stevige lokale teams een gedragswetenschapper toegevoegd. Ook wordt het jeugd- en kinderwerk uitgebreid. Voor drie wijken worden drie extra kinderwerkers ingezet (vanaf 2028). Ter ondersteuning van gezinnen wordt het aanbod rondom onder andere opvoedondersteuning vanuit de lokale teams versterkt. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan een plan van aanpak voor suïcidepreventie. Verder wordt extra ingezet op de ondersteuning van vrijwilligers en verenigingen, door onder andere de subsidieregeling voor vrijwilligersorganisaties.
Er wordt structureel geïnvesteerd in de uitbreiding van het cluster boa’s met 2 fte boa’s en extra coördinatie om toezicht, handhaving en bewustwording rondom onder meer alcohol, drugs en vapen onder jongeren te versterken. Daarnaast wordt ingezet op beleidsmatige en juridische ondersteuning op het gebied van veiligheid. Extra inzet van wijkboa’s om signalen op te halen en de verbinding met inwoners te versterken. Ook wordt voorzien in uitrusting, uniformen en preventie- en promotiemateriaal voor de boa’s. Hiermee wordt ingezet op een zichtbare aanwezigheid, preventie en een veilige leefomgeving.
Programma 2 Een gezamenlijk thuis
- Maatschappelijke voorzieningen
De recente hittegolven hebben laten zien dat niet al onze ontmoetingsplekken, zoals De Schakel in Volkel, Terra Victa en Peelhonk in Odiliapeel, De Balans in Uden en De Nieuwe Pit in Uden, voldoende bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Hierdoor moesten locaties meermalen tijdelijk sluiten en konden activiteiten, zoals dagbesteding, niet doorgaan.
Juist voor kwetsbare inwoners en ouderen zijn deze voorzieningen belangrijk. Zij bieden niet alleen ondersteuning en structuur, maar helpen ook om eenzaamheid te voorkomen. Tijdens periodes van extreme hitte neemt het risico op sociaal isolement toe, terwijl de behoefte aan een veilige en koele ontmoetingsplek juist groter wordt. Het is daarom belangrijk om onze ontmoetingsruimtes stapsgewijs klimaatbestendiger te maken. Daarbij moet aandacht zijn voor maatregelen tegen hitte en extreme weersomstandigheden (nationaal hitteplan), zodat deze locaties ook kunnen functioneren als koeltepunt. Op die manier blijven ontmoetingsplekken toegankelijk, dragen zij bij aan eenzaamheidsbestrijding en bieden zij inwoners een veilige plek tijdens warme periodes.
- Wonen & Zorg en bijzondere woonvormen
Binnen Bouwen aan morgen ligt een bredere woonopgave rond betaalbare woningbouw, passende woningen voor ouderen en starters, bijzondere woonvormen, tijdelijke woningen, herbestemming van gemeentelijk vastgoed, tenders, ontwikkelvoorwaarden, woningbouwprogrammering en de gebiedsgerichte vertaling van demografische ontwikkelingen. Om uitvoering te geven aan de ambities uit het samenwerkingsakkoord ten aanzien van wonen en zorg wordt met de programmatische aanpak Wonen en zorg ook tijdelijk extra geïnvesteerd. In 2027 ligt de nadruk op het opbouwen van één gezamenlijke informatiebasis, het verbinden van de opgave met de gebiedsgerichte omgevingsprogramma's (waaronder het volkshuisvestelijk programma), het ontwikkelen en verbinden van de voorzieningenkaart met de woon-zorgopgave, het aanscherpen van prioriteiten en het bepalen welke woonopgaven via reguliere inzet, programmatische inzet of aanvullende projectmatige capaciteit moeten worden uitgevoerd. Vanaf 2028 verschuift de nadruk naar uitvoering, verdere borging in gebiedsgericht werken en structurele verankering in de lijnorganisatie en prestatieafspraken. Daarnaast willen we borgen dat reguliere werkzaamheden waaronder de starterslening worden gecontinueerd en/of geborgd om zo de lokale woningmarkt te kunnen (blijven) ondersteunen.
- Weerbare samenleving
Momenteel toetsen we ten aanzien van het Bibob-beleid alleen horeca-vergunningen. We toetsen niet op bouwvergunningen, subsidies, grond aan- en verkopen en zorgaanbestedingen. Daarmee voldoen we niet aan de Brabantse Norm Weerbare Overheid. Hiervoor is extra capaciteit nodig. Er is een onderzoek uitgevoerd naar Jonge Aanwas in Maashorst. Er is formatie nodig om uitvoering te geven aan de uitkomsten van het onderzoek.
- Programma beleidstransities (omgevingsprogramma en omgevingsplan)
De benodigde incidentele middelen zijn nodig om de gebiedsgerichte omgevingsprogramma's en het omgevingsplan te kunnen realiseren. Dit kan niet binnen de bestaande formatie. Als de doelstellingen van het (tijdelijke) programma zijn behaald, kunnen werkzaamheden weer vanuit de lijn worden georganiseerd. Het programma heeft een looptijd tot uiterlijk 2032 omdat gemeenten vóór 2032 een volledig, actueel en digitaal ontsloten omgevingsplan gereed moeten hebben dat voldoet aan de wettelijke eisen van de Omgevingswet.
- Onderwijshuisvesting (IHP en OHP 2027)
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039 (IHP) vormt de langetermijnvisie voor de onderwijshuisvesting. Het IHP is als richtinggevend ambitiedocument verwerkt in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) en maakt daarmee onderdeel uit van het MIP en de begroting. Tot en met 2038 wordt rekening gehouden met een investeringsopgave van circa € 100 miljoen, resulterend in een oplopende kapitaallast tot circa € 3,2 miljoen in 2039. De gemeenteraad besluit jaarlijks via het Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP) over de daadwerkelijke investeringen. In het OHP 2027 zijn onder meer de vervangende nieuwbouw van Sterrenkijker - De Tandem en De Kreek'l, de uitbreiding van De Zevenster en Marimba (semipermanente aanbouw) en de aanpassing van De Meent voor Waldorf-onderwijs opgenomen.
Voor de uitvoering van het OHP 2027 worden in de periode 2027-2029 ook incidentele kosten gemaakt. Deze hangen samen met de vervangende nieuwbouw van De Sterrenkijker - De Tandem en De Kreek'l, de uitbreiding van De Zevenster en visievorming Eikenheuvel. Het betreft onder meer tijdelijke huisvesting, sloop- en onderzoekswerkzaamheden (waaronder asbestonderzoek) en inhaalafschrijvingen. Deze uitgaven zijn randvoorwaardelijk voor een zorgvuldige, veilige en toekomstbestendige uitvoering van de projecten
- Proactievere, zakelijk werken
Er is incidentele capaciteit en werkbudget nodig om de beweging naar proactiever, zakelijker en projectmatiger werken daadwerkelijk vorm te geven. Het samenwerkingsakkoord vraagt om meer gemeentelijke regie op woningbouw, het schrappen van lokale regels die onnodig vertragen, het werken vanuit de bedoeling, strakkere termijnen voor principeakkoorden, ontwikkelverplichtingen, snellere besluitvorming en tijdelijke extra projectteams om planvorming en besluitvorming te versnellen. Wanneer deze werkwijze voldoende in het DNA zit van de medewerkers wordt de inzet van het projectteam afgebouwd.?.
Integrale maatlat en leidraad ontwikkelaars
Voor 2027 is incidenteel capaciteit en werkbudget nodig om de integrale leidraad en interne leidraad voor ontwikkelaars uit te werken en op te stellen. De inzet in 2027 leidt tot een bestuurlijk gedragen concept, een interne leidraad, een juridische borgingsstrategie en een implementatieplan.
- Integrale maatlat en leidraad ontwikkelaars
Voor 2027 is incidenteel capaciteit en werkbudget nodig om de integrale leidraad en interne leidraad voor ontwikkelaars uit te werken en op te stellen. De inzet in 2027 leidt tot een bestuurlijk gedragen concept, een interne leidraad, een juridische borgingsstrategie en een implementatieplan.
- Sport- en bewegen
In 2027 wordt een gebiedsvisie opgesteld rondom Sportpark Uden door een strategisch ontwerpbureau. Daarnaast wordt er een toekomstvisie opgesteld voor onze twee binnenzwembaden. Dit om tot een passende lange termijnvisie en beleid te komen op zwemwatercapaciteit voor onze gemeente.
Arbeidsmigratie
Het doel is om de aanpak arbeidsmigratie structureel te borgen, zodat Maashorst grip houdt op de registratie, huisvesting, leefbaarheid en veiligheid rond arbeidsmigranten. De gemeente wil bereiken dat werkgevers, uitzendbureaus en verblijfsbieders hun verantwoordelijkheid nemen voor kwalitatief goede huisvesting, juiste registratie en goede informatievoorziening aan arbeidsmigranten.
Het resultaat is een integrale werkwijze waarin vergunningverlening, toezicht, handhaving, BRP-registratie, verblijfsbelasting, werkgeversgesprekken, signalering van misstanden en eventuele taalondersteuning beter op elkaar aansluiten. Daarmee ontstaat meer grip op waar arbeidsmigranten verblijven, onder welke omstandigheden zij wonen, welke partijen daarbij betrokken zijn en waar risico’s ontstaan op overlast, ondermijning, uitbuiting of slechte huisvesting.
In 2027 ligt de nadruk op het voortzetten van de bestaande projectmatige aanpak, het uitvoeren van controles, het verder inregelen van de rollen binnen de betrokken teams en het voorbereiden van structurele borging vanaf 2028. Vanaf 2028 moet de aanpak onderdeel zijn van de reguliere organisatie, met voldoende structurele capaciteit en werkbudget. De taalcomponent wordt meegenomen als verkenning en verbinding met werkgevers, bibliotheek, taalcoördinator en sociaal domein.
Programma 3 Verwevenheid met de natuur
- Groene, gezonde en inclusieve leefomgeving
Om deze ambities ook in de toekomst te kunnen realiseren brengen we gemeentelijke gronden beter in positie. We pakken oneigenlijk grondgebruik aan en zorgen ervoor dat ruimte beschikbaar blijft voor vergroening, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, recreatie en andere maatschappelijke opgaven.
We zetten de gevraagde middelen in voor onderzoeken, nulmetingen en beleidsontwikkeling. We stellen een natuurherstelverordeningen op, inventariseren kansrijke locaties voor het vergroenen van de openbare ruimte en stellen daarvoor een uitvoeringsagenda op. In voorbereiding op de wettelijke verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en klimaatadaptatie zetten we in op het opstellen van een klimaatadaptatieplan, onderzoek naar waterkwaliteitsknelpunten, monitoring en data-analyse en afstemming met de stakeholders. Dit doen we binnen nog beschikbaar te stellen Rijksmiddelen.
Programma 4 Een gezonde economie
- Landelijk gebied
De ambities uit het samenwerkingsakkoord vragen om een duidelijke intensivering als het gaat om het actiever begeleiden van (agrarische) ondernemers, het verbeteren van het proces rond initiatieven, het verkennen van ontwikkelruimte, inzetten van specialistische kennis, het aanpassen of vereenvoudigen van regels waar dat mogelijk is, en het benutten van cofinanciering, subsidies en regionale programma’s. Hiervoor is extra capaciteit nodig.
Programma 5 Samen mogelijk maken
- Investeren in een toekomstbestendige organisatie
We onderzoeken wat er nodig is om toekomstbestendig te blijven als organisatie. De effecten van de schaalsprong worden hierin meegenomen. Voor het doorvoeren van aanbevelingen vanuit het onderzoek is jaarlijks € 600.000 nodig. Daarnaast zijn kosten opgenomen voor de extra ondersteuning van het bestuur vanwege de uitbreiding van het aantal wethouders, en het afsluitbaar maken van de raadszaal. Bij een toekomstbestendige organisatie hoort namelijk ook een toekomstbestendig gebouw.
Structureel financieel beeld (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
Beginstand meicirculaire 2026 |
145.913 |
V |
140.140 |
V |
138.401 |
V |
141.002 |
V |
|||
Eindstand septembercirculaire 2026 |
146.908 |
V |
140.917 |
V |
139.413 |
V |
142.111 |
V |
|||
Verschil |
995 |
V |
777 |
V |
1.012 |
V |
1.109 |
V |
|||
(voorlopig) te oormerken bedragen |
|||||||||||
- wet versterking regie volkshuisvesting |
215 |
219 |
220 |
224 |
|||||||
- openbare bibliotheken |
183 |
||||||||||
- IBO problematische schulden |
47 |
47 |
47 |
47 |
|||||||
subtotaal te oormerken |
445 |
N |
266 |
N |
267 |
N |
271 |
N |
|||
Netto effect loon- en prijsontwikkeling (minus geoormerkte middelen) |
550 |
V |
511 |
V |
745 |
V |
838 |
V |
|||
Op 15 september 2026 heeft het Rijk de septembercirculaire gepubliceerd. Hierin staan de meest recente cijfers over de algemene uitkering aan gemeenten. Onderstaand een uiteenzetting van de financiële gevolgen van de septembercirculaire 2026. Per saldo geeft dit een licht positief beeld. Voor de jaren 2027 en verder is het loon- en prijs accres (LPO) positief bijgesteld. Verder zijn er voor een aantal taakmutaties te melden:
Wet versterking regie volkshuisvesting: Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ontstaan extra werkzaamheden voor de medeoverheden. Vastgesteld is dat deze werkzaamheden structurele financiële gevolgen heeft voor gemeenten (en provincies). Deze middelen zijn nu ook toegevoegd aan het gemeentefonds.
Verder zijn er in de vorm van een decentralisatie-uitkering middelen toegevoegd voor Openbare bibliotheken (bestemd voor het toekomstbestendig maken, bereikbaar houden en lokaal versterken van de bibliotheekvoorzieningen) en voor IBO problematische schulden. Dit laatste zijn middelen om schuldenproblematiek efficiënter aan te pakken conform de adviezen van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) 'Naar een beter werkende schuldketen'.
Dekkingsvoorstel (bedragen x € 1.000, V = voordeel en N = nadeel) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
1. Afhechting project 'sluitend maken meerjarenbegroting 2026-2029' |
|||||||||||
Achterwege laten indexering van beïnvloedbare budgetten |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
1.604 |
V |
|||
Inzet middelen IBN |
75 |
V |
100 |
V |
100 |
V |
100 |
V |
|||
Aframen post onvoorzien |
45 |
V |
45 |
V |
45 |
V |
45 |
V |
|||
Stelpost kapitaallasten MIP |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
2.500 |
V |
|||
Dekking schaalsprong toerekening extra uren |
600 |
V |
600 |
V |
600 |
V |
600 |
V |
|||
Totaal 1. Afhechting project 'sluitend maken meerjarenbegroting 2026-2029' |
4.824 |
V |
4.849 |
V |
4.849 |
V |
4.849 |
V |
|||
2. Inzet AR t.b.v. dekking (incidenteel en structureel |
|||||||||||
Inzet AR t.b.v. dekking incidenteel saldo programmabegroting 2027 |
5.705 |
V |
1.844 |
V |
618 |
V |
351 |
V |
|||
Inzet AR surplus 10% als structureel dekkingsmiddel |
2.312 |
V |
2.869 |
V |
2.520 |
V |
2.233 |
V |
|||
Totaal 2. Inzet algemene reserve (AR) |
8.017 |
V |
4.713 |
V |
3.138 |
V |
2.584 |
V |
|||
Totaal |
12.841 |
V |
9.562 |
V |
7.987 |
V |
7.433 |
V |
|||
Als de begroting 2027 structureel en reëel sluitend is, zal onze toezichthouder de Provincie kiezen voor repressief toezicht. Hiermee is de raad autonoom in het nemen van besluiten en toetst de Provincie achteraf. Structureel en Reëel sluitend betekent dat de structurele lasten ook daadwerkelijk gedekt worden door structurele baten. Is dit niet het geval dan moeten we aantonen dat in ieder geval de jaarschijven 2029 en 2030 structureel en reëel in evenwicht zijn. Het jaar 2029 wordt hierbij nu genoemd om te voorkomen dat er sprake is van een 'opschuivend perspectief'. Onderstaand een oplijsting van het dekkingsvoorstel om te komen tot een structureel sluitende begroting 2027.
Toelichting op het dekkingsplan:
- Afhechting project 'sluitend maken meerjarenbegroting 2026-2029'
Achterwege laten indexering beïnvloedbare budgetten
Normaliter ramen we op onze uitgavenbudgetten de verwachte loon- en prijscompensatie. Kijken we naar ons jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren, dan komen we tot de conclusie dat er toch jaarlijks meer geraamd wordt dan wat de uitgaven feitelijk waren. Om die reden vinden wij het verantwoord om deze automatische indexering op onze beïnvloedbare budgetten dit jaar achterwege te laten. Op deze manier halen we een belangrijk deel de lucht uit de begroting. Daar waar afspraken aan ten grondslag liggen zoals bijvoorbeeld bij gesubsidieerde instellingen of gemeenschappelijke regelingen hebben we uiteraard wel de indexeringen conform afspraak aangepast.
Inzet middelen IBN
Het voorstel is om de komende jaren (2026-2030) actief in te zetten op inzet van middelen vanuit de Algemene Reserve (AGR – deel Maashorst) bij IBN, binnen de kaders die zijn afgesproken in de gemeenschappelijke regeling. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzet van de AGR op bestedingsdoelen binnen Ruimte, en eventueel binnen andere domeinen en teams. Voor 2026 en 2027 wordt al een inzet van in totaal € 150.000 gedaan op groenonderhoud. De komende jaren (tot 2030) kan worden gestreefd naar een jaarlijkse inzet van € 100.000. In 2027 zal gekeken worden naar concrete bestemmingen voor de inzet, en kan een integrale afweging worden gemaakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het geen structureel jaarlijks terugkerend dekkingsmiddel kan zijn, omdat de toevoeging aan de AGR jaarlijks nogal verschilt. Er zit nu ongeveer € 550.000 in de AGR waar nog geen bestemming voor is.
Aframen post onvoorzien
In Maashorst werken we niet met een post onvoorzien. Ons financieel beleid is gericht op periodieke bijsturing door middel van de producten van de planning en controlcyclus. Om die reden kan deze post dan ook komen te vervallen.
Stelpost kapitaallasten MIP
Gemeente Maashorst heeft een ambitieus meerjarig investeringsprogramma. Met ingang van dit jaar zijn hier ook in opgenomen de investeringen van het onderwijshuisvestingsprogramma. Uit de analyse van de jaarrekening van afgelopen jaren kunnen we concluderen dat vaak niet alle geplande investeringen conform planning doorgaan. Dit soms door gebrek aan ambtelijke capaciteit, maar vaak ook doordat participatietrajecten langer duren dan gepland en vergunningverlening en aanbestedingstrajecten langer duren. Dit noemt met 'planningsoptimisme'. Volgens de hiervoor geldende wettelijke richtlijnen (BBV en Gemeentelijk toetsingskader Provincie) mag bij een goede onderbouwing hiervoor een stelpost worden opgenomen.
Dekking schaalsprong toerekening extra uren
Uit de analyse van de jaarrekeningcijfers over de afgelopen jaren blijkt dat meer personele kosten kunnen worden toegerekend dan dat bij begrotingen was voorzien. Voor een deel zijn dat toerekenbare uren aan grondexploitaties, waar inkomsten tegenover staan. Daarnaast zijn er - door de toename van specifieke uitkeringen (SPUK’s) - meer mogelijkheden ontstaan om kosten van de formatie te betalen uit die extra middelen. Hoewel specifieke uitkeringen van nature niet structureel van aard zijn is het wel realistisch om daar in de komende jaren rekening mee te houden en scherp op te blijven sturen.
2. Inzet algemene reserve (AR)
Inzet AR t.b.v. dekking incidenteel saldo programmabegroting 2027
De algemene reserve is in principe een algemeen incidenteel dekkingsmiddel. Volgens ons beleid dekken we de incidentele lasten van de begroting door een uitname uit deze algemene reserve
Inzet AR surplus 10% als structureel dekkingsmiddel
Onder voorwaarden is het voor gemeenten toegestaan om ook uit het surplus onttrekkingen te doen, direct ten gunste van de exploitatie, ter dekking van structurele lasten. De inzet van het surplus van de algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Hier geldt dat van dit surplus een gemeente jaarlijks maximaal 10 % in mag zetten voor het dekken van structurele lasten. Hierbij geldt dat de solvabiliteit, berekend op 1 januari van het begrotingsjaar, groter of gelijk aan 20% is en ook na inzet groter of gelijk aan 20% blijft.