Inleiding lokale heffingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding lokale heffingen

De lokale lasten vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten, en zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Een overzicht van de lokale lasten – en daarmee meer inzicht - is van belang voor de raad en inwoners. De aanduiding van de lokale lastendruk is ook afgezet tegen de buurgemeenten. Dit is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten.

De voorstellen ten aanzien van de belastingen en leges worden afzonderlijk aan de raad voorgelegd. Daarin zijn alle tarieven opgenomen. Voor de hoogte van de belastingen, rechten en tarieven gelden de volgende uitgangspunten:

  • Streven naar (meer) kostendekkendheid van alle leges, rechten en tarieven, waartegenover een concrete dienstverlening van de overheid staat.
  • Voor de toeristenbelasting (vanaf 2027) en parkeerbelasting (vanaf 2027) is in de Kadernota 2026 besloten om deze tarieven extra te verhogen.
  • De overige belastingen en tarieven mogen niet meer stijgen dan de aanpassing voor de inflatiecorrectie. Uitgangspunt hierbij is dat voor 2027 wordt uitgegaan van een inflatiecijfer van 4,3%. 

Kwijtscheldingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtscheldingen

Kwijtscheldingsbeleid 2027

Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om een belastingaanslag te voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding worden verleend. Het kwijtscheldingspercentage dat Maashorst hanteert bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat gelijk of lager is dan het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm), in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.

Kwijtschelding kan alleen worden verleend indien het een aanslag betreft voor onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing particuliere eigenaren/gebruikers voor de jaarlijks te betalen bedragen. De overige heffingen zijn in de betreffende belastingverordeningen uitgesloten voor kwijtschelding. Meer informatie omtrent kwijtscheldingen is te lezen op de website van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant.

Inzicht in verstrekte kwijtscheldingen

Heffingsjaar

Kosten  kwijtscheldingen

Ontvangen verzoeken

Openstaand

Afgedaan

Toegekend  

Afgewezen

2024

€230.253

1.650

7

1.643

1.350

293

2025

€209.358

938

45

893

687

206

2026
(medio boekjaar)

€249.396

520

40

997

752

197

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven van degenen die in de gemeente gebruik maken van een perceel, waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval geldt. De kosten die de gemeente maakt voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen worden omgezet in tarieven die de kosten moeten dekken. In de afvalstoffenheffing zijn kosten verrekend voor het transport en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen, inkoop en onderhoud containers voor huishoudens, communicatie, milieustraat en het regelen hiervan.

Activiteiten zoals het vegen van wegen, opruimen zwerfafval en reinigen winkelcentra dienen meerdere doelen. Een van de doelen bij deze activiteiten is het opruimen van verkeerd aangeboden huishoudelijk afval. Het kostendeel van deze activiteiten met dit doel wordt toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Gederfde inkomsten door kwijtschelding afvalstoffenheffing maken ook deel uit van de afvalstoffenheffing.

Tarieven
Voor 2027 zijn onderstaand de tarieven 2026 verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,3%.

Tarieven 2026 2027
Eenpersoonshuishoudens € 224,28 € 233,88

Meerpersoonshuishoudens

€ 299,52 € 312,36

Berekening kostendekkenheid afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente
Kosten kwijtschelding afvalstoffenheffing (minimabeleid) taakveld 6.3 168
Diverse directe kosten van taakveld 7.3 afvalstoffenheffing zoals loonkosten, ophalen en verwerken van afval. 7.704
Kosten bestrijding zwerfvuil (50%)  taakveld 2.1. Uitgangspunt is om zo weinig mogelijk zwerfvuil te krijgen in het rioolstelsel. Door het schoonhouden van de kolken wordt hierdoor een groot gedeelte van het zwerfvuil verzameld. Het afvoeren van dit zwerfvuil is goedkoper dan het reinigen vanuit de riolering. 50% van de kosten wordt aan de rioolheffing toegerekend en 50% aan de afvalstoffenheffing. 256
Kosten reiniging winkelcentra (30%) taakveld 2.1. Uitgangspunt is zo weinig mogelijk zwerfvuil te krijgen in het rioolstelsel en de afval op straat te verminderen. Binnen het winkelcentra is de hoeveelheid van het zwerfvuil groter ten opzichte van andere gebieden. Naast de beeldkwaliteit is de impact van overlast op het riool groter en daardoor nemen de kosten toe. 30% van de kosten rekenen we toe aan de rioolheffing, 30% aan de afvalstoffenheffing en 40% aan de algemene middelen. 105
Kosten vegen wegen (30%) taakveld 2.1.  Voor het functioneren van de riolering vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen verkeerd aanbieden (weggooien) en voor de verkeersveiligheid worden de wegen geveegd. 30% van de kosten rekenen we toe aan de rioolheffing, 30% aan de afvalstoffenheffing en 40% aan de algemene middelen. 151
Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen
Bijdrage voorziening afvalstoffenheffing en inkomsten gescheiden inzamelingen milieustraat (taakveld 7.3) -1.670
Bijdrage voorziening afvalstoffenheffing en bijdrage derden voor de kosten bestrijding zwerfvuil, reiniging winkelcentra en vegen wegen (taakveld 2.1) -604
Bijdrage voorziening afval t.b.v. minimabeleid kwijtschelding afvalstoffenheffing (taakveld 6.3) -168
Netto kosten taakveld  5.942
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag) rente: betreft de toerekening van overhead (70,37%) over de loonkosten+ inhuur van de toegerekende kosten uit taakveld 2.1 en 7.3 626
Btw: de btw over de voor afval gemaakte kosten mag als last toegerekend worden aan de afvalstoffenheffing, ook al geeft die omzetbelasting recht op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds 858
Totale kosten  7.416
Opbrengst heffingen  7.416
Dekkingspercentage 100%

Riool- en waterzorgheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Riool- en waterzorgheffing

Gemeenten hebben vanuit de Wet gemeentelijke watertaken de zorg voor het transport voor afval- en hemelwater en ook de zorg om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand tegen te gaan. De rioolheffing is het instrument om deze taken te bekostigen.  Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een recht geheven van alle eigenaren of gebruikers van percelen, die direct dan wel indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Beleidsuitgangspunt van de rioolheffing is een kostendekkende begroting, die zorgt voor een onderbouwing van de benodigde inkomsten voor riolering en waterzorg. 

Onderstaand zijn de vastgestelde tarieven 2026 en concept tarieven 2027 opgenomen. Het tarief voor 2027 is gebaseerd op een inflatiecorrectie van 4,3% + een aanvullende stijging van 5,4% volgens het vastgestelde rioleringsplan 2026-2029.

Tarieven 2026 2027
Rioolheffing eigenarendeel € 148,44 € 162,84
Het gebruikersdeel bedraagt voor een perceel dat in hoofdzaak wordt gebruikt als woning door een meerpersoonshuishouden € 106,08 € 116,28
Het gebruikersdeel bedraagt voor een perceel dat in hoofdzaak wordt gebruikt als woning door een eenpersoonshuishouden € 61,20 € 67,08
Het gebruikersdeel bedraagt voor de overige percelen voor elke volle eenheid van 250 kubieke meters water bij een hoeveelheid water:     
0 m3 tot en met 250 m3 € 106,08 € 116,28
251 m3 tot en met 1.000 m3 € 117,24 € 128,54
Voor de tarieven boven 2.500 m3 zie de verordening    

Berekening kostendekkenheid riool- en waterzorgheffing (bedragen x € 1.000)

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente
Kosten kwijtschelding riool- en waterzorgheffing (minimabeleid) taakveld 6.3 65
Diverse directe kosten van taakveld 7.2 riolering zoals loonkosten, ophalen en verwerken van afval. 6.586
Kosten bestrijding zwerfvuil (50%)  taakveld 2.1. Uitgangspunt is om zo weinig mogelijk zwerfvuil te krijgen in het rioolstelsel. Door het schoonhouden van de kolken wordt hierdoor een groot gedeelte van het zwerfvuil verzameld. Het afvoeren van dit zwerfvuil is goedkoper dan het reinigen vanuit de riolering. 50% van de kosten wordt aan de rioolheffing toegerekend en 50% aan de afvalstoffenheffing. 184
Kosten reiniging winkelcentra (30%) taakveld 2.1. Uitgangspunt is zo weinig mogelijk zwerfvuil te krijgen in het rioolstelsel en de afval op straat te verminderen. Binnen het winkelcentra is de hoeveelheid van het zwerfvuil groter ten opzichte van andere gebieden. Naast de beeldkwaliteit is de impact van overlast op het riool groter en daardoor nemen de kosten toe. 30% van de kosten rekenen we toe aan de rioolheffing, 30% aan de afvalstoffenheffing en 40% aan de algemene middelen. 105
Kosten vegen wegen (30%) taakveld 2.1.  Voor het functioneren van de riolering vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen verkeerd aanbieden (weggooien) en voor de verkeersveiligheid worden de wegen geveegd. 30% van de kosten rekenen we toe aan de rioolheffing, 30% aan de afvalstoffenheffing en 40% aan de algemene middelen. 151
Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen
Bijdrage voorziening egalisatie riolering, bijdrage huisaansluitingen en onttrekking reserve dekking kapitaallasten (taakveld 7.2) -86
Bijdrage voorziening egalisatie riolering voor de kosten bestrijding zwerfvuil, reiniging winkelcentra en vegen wegen (taakveld 2.1) -532
Bijdrage voorziening egalisatie riolering t.b.v. minimabeleid kwijtschelding afvalstoffenheffing (taakveld 6.3) -65
Netto kosten taakveld  6.409
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag) rente: betreft de toerekening van overhead (70,37%) over de loonkosten+ inhuur van de toegerekende kosten uit taakveld 2.1 en 7.2 755
Btw: de btw over de voor riolering gemaakte kosten mag als last toegerekend worden aan de afvalstoffenheffing, ook al geeft die omzetbelasting recht op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds 774
Totale kosten  7.938
Opbrengst heffingen  7.938
Dekkingspercentage 100%

Onroerende zaakbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerende zaakbelasting

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ (OZB) worden van onroerende zaken die binnen de gemeentegrenzen liggen de volgende belastingen geheven:

  • Een eigenarenbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar eigenaar zijn van onroerende zaken (formeel: “het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht”)
  • Een gebruikersbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken gebruiken. Dit geldt niet voor woningen

De tarieven 2027 (en bijbehorende woonlasten) zijn gebaseerd op de tarieven 2026 verhoogd met algemene index van 4,3%. Daarnaast worden de tarieven jaarlijks t/m 2028 met 2% extra verhoogd als maatregel uit de begroting 2025.

Ontwikkeling van de OZB-opbrengsten en tarieven:

 

Begroting 2026 
(incl. wijzigingen)

Begroting 2027
Eigenaren woningen

€9.118

€9.757

Eigenaren niet-woningen

€3.587

€3.813

Gebruikers niet-woningen

€5.051

€5.369

Totalen

€17.756

€18.939

 

Tarieven

2026

2027

Woningen    
Eigenaren

0,07168%

0,07620%

Niet-woningen    
Eigenaren

0,27674%

0,29417%

Gebruikers

0,21874%

0,23252%

Parkeerbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Parkeerbelasting

Onder de naam parkeerbelastingen worden de volgende belastingen geheven:

  • Een belasting voor het parkeren van een voertuig op een door het college van B&W te bepalen plaats, tijdstip en wijze
  • Een belasting voor een door de gemeente verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze

Volgens besluit in de Kadernota 2026 wordt het parkeertarief  stapsgewijs verhoogd van €1,00 in 2025 naar €1,50 in 2029 m.b.t. Uden centrum. Het parkeertarief voor parkeerterrein Bernhoven is € 1,25 per uur.

Parkeren (bedragen x € 1.000)

Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Straat-parkeren incl. vergunningen en boetes

€ 2.335

€ 2.397

€ 3.497

Parkeergarage Brabantplein

€ 48

€ 76

€ 76

Parkeerdek Centrumplan-Hoek-Promenade 

€ 88

€ 172

€ 122

Ziekenhuis Bernhoven

€ 620

€ 675

€ 675

Totaal

€ 3.111

€3.320

€4.370

Toeristen- en forensenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toeristen- en forensenbelasting

Toeristenbelasting

De onderneming die overnachtingen aanbiedt, dient toeristenbelasting te betalen. Deze belasting mogen zij doorbelasten naar de gebruikers van de accommodaties.

De tarieven zijn:
• hoog tarief: hotels, B&B, vakantieparken, particuliere verhuur
• laag tarief: campings, groepsaccommodaties, kampeerboerderijen

De tarieven 2027 betreffen de tarieven van 2026 met 17% verhoging volgens besluit in de Kadernota 2026 + 4,3% algemene index.

 

2026

2027

Opbrengst toeristenbelasting  (bedragen x € 1.000)

€ 526

€ 638

Tarieven:

 

 

-Hoog tarief per persoon per overnachting

€ 1,35

€1,65

-Laag tarief per persoon per overnachting

€0,95

€1,15

 

Forensenbelasting

Forensenbelasting 2027

Deze belasting wordt geheven van eigenaren van een gemeubileerde (vakantie)woning in Maashorst die niet in deze gemeente staan ingeschreven en de woning gedurende meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf beschikbaar houden.

Forensenbelasting

2026

2027

Begrote opbrengst forensenbelasting (bedragen x  € 1.000)

€36

€ 38

Tarieven

- Oppervlakte kleiner dan 45m2

- Oppervlakte 45-100m2

-Oppervlakte 100m2 en groter

 

€151,50

€229,10

€458,30

 

€183,75

€277,90

€555,90

Reclamebelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Reclamebelasting

Onder de naam reclamebelasting wordt een belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. De opbrengst van de heffing wordt, na aftrek van de heffingskosten, aan de vereniging Udense Centrum Ondernemers (UCO) in de vorm van een subsidie overgedragen. Daarnaast wordt de centrummanager deels uit deze heffing gedekt. De besteding dient ten goede te komen aan het algemene ondernemersklimaat van het centrum van Uden.

De tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op het tarief 2026 inclusief inflatiecorrectie van 4,3 % en zijn als volgt:

  2026 2027
Opbrengst reclamebelasting (bedragen x  € 1.000) € 224 € 233
Tarieven:    
openbare aankondigingen met een oppervlakte tot 0,5m2 € 588 € 613
openbare aankondigingen met een oppervlakte van 0,5m2 tot 10m2 € 810 € 845
openbare aankondigingen met een oppervlakte van 10m2 tot 20m2 € 887 € 925
openbare aankondigingen met een oppervlakte vanaf 20m2 € 966 € 1.008

Marktgelden en standplaatsen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Marktgelden en standplaatsen

Marktgelden 2027

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven voor het tijdens marktdagen innemen van standplaatsen, of het plaatsen van kramen op plaatsen die als marktterrein zijn aangewezen. Uitgangspunt voor de marktgelden is een aanpassing van de tarieven met alleen het  inflatiepercentage van 4,3%.

Marktgelden en standplaatsen

Tarief 2026

Tarief 2027

- Standplaats Uden (per strekkende meter, per dag)

2,03

2,12

- Standplaats Schaijk (per strekkende meter, per dag)

1,53

1,6

 

Berekening kostendekkendheid marktgelden (x € 1.000):

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente    

Diverse directe kosten van taakveld 3.1 economische ontwikkeling, zoals loonkosten, elektriciteitsverbruik en promotie

105

Netto kosten taakveld    

105

Toe te rekenen kosten    

  • Overhead inclusief (omslag)rente: betreft de toerekening van overhead (75,36%) over de loonkosten en inhuur  

48

Totale kosten    

153

Opbrengsten heffingen    

79

Dekkingspercentage

51,83%

 

De begrote kostendekkendheid in 2027 bedraagt 51,83%, dit is een lichte stijging ten opzichte van een begrote kostendekkendheid in 2026 van 51,16%. Dit komt doordat de begrote totale kosten licht zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar.

Echter is er de laatste jaren een neerwaartse trend te zien in het marktbezoek. Voor marktkooplieden zijn de kosten de afgelopen jaren gestegen, terwijl de inkomsten niet zijn meegegroeid. Een reden dat steeds meer marktkooplieden zich genoodzaakt zien te stoppen. Over het algemeen betreft dit oudere ondernemers zonder bedrijfsopvolgers. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar. Deze tendens is ook zichtbaar in de gemeente Maashorst. Lege plekken worden niet altijd meer opgevuld en de markt wordt kleiner. Hierdoor nemen de opbrengsten jaarlijks af.

Deze trend is slechts beperkt beïnvloedbaar. We blijven de ontwikkeling volgen en waar mogelijk sturen op kostenbeheersing en het optimaal benutten van de beschikbare standplaatsen. In dat kader is ook een nieuwe indeling van de weekmarkt doorgevoerd, waarbij lege plekken zoveel mogelijk worden voorkomen om de markt aantrekkelijker te maken voor bezoekers. In de toekomst zal worden beoordeeld of de tarieven en het beleid nog passend zijn bij de huidige situatie.

Begrafenisrechten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Begrafenisrechten

Voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen worden rechten geheven. Het tarief voor 2027 is aangepast met de inflatiecorrectie van 4,3 %.

Berekening kostendekkendheid begraafplaatsen (x € 1.000):

Omschrijving onderdeel Totale kosten Totale inkomsten Kostendekkendheidspercentage
Recht € 56 € 75 133,0 %
Begraven / asbestemming € 67 € 65 96,7 %
Gedenkteken € 4 € 4 97,3 %
Opgraven € 14 € 14 102,3 %
Onderhoud € 219 € 117 53,2 %
Totaal  € 361 € 275 76,2 %

De gemeente Maashorst beschikt over twee openbare begraafplaatsen, namelijk in Uden en Schaijk. Op beide begraafplaatsen wordt eenzelfde beleid gevoerd en worden gelijke tarieven gehanteerd. Dit wordt in 2027 doorgezet.
Een deel van de tarieven heeft betrekking op éénmalige handelingen. Te weten het verlenen en verlengen van recht, begraven, vergunning verlening voor het plaatsen van een gedenkteken, opgraven en as-verstrooiing. Dit deel is jaarlijks nagenoeg kostendekkend.

Het deel van het onderhoud van de begraafplaatsen is al jaren niet kostendekkend. De trend van afnemende vraag naar begraven is al jaren zichtbaar in het hele land. Ook de gemeente Maashorst heeft hier mee te maken. Doordat de begraafplaatsen steeds ‘leger’ worden, worden er ook minder leges betaald voor het onderhoud van de begraafplaatsen door de nabestaanden. Dit gaat ten koste van de kostendekkendheid van het onderhoud op de begraafplaatsen. Hiernaast wordt groenonderhoud steeds kostbaarder. De functie en kostendekkendheid van de begraafplaatsen worden nader onderzocht en afgewogen om tot een duurzame toekomststrategie voor de begraafplaatsen te komen.

Inzicht kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inzicht kostendekkendheid

Begrote kostendekkendheid 2027 Legesverordening Gemeente Maashorst

Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Kosten Opbrengsten

Kostendekking

Kostendekking Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening € 2.028.176 € 1.873.362 92,37%
Kostendekking Hoofdstuk 2: Omgevingswet € 2.438.400 € 2.258.564 92,62%
Kostendekking Hoofstuk 3: Europese dienstenrichtlijn € 81.963 € 48.553 59,24%
Kostendekking totale tarieventabel € 4.548.539 € 4.180.479 91,91 %

 

Toelichting per hoofdstuk

Hoofdstuk 1 algemene dienstverlening

Onder de naam ‘algemene dienstverlening’ wordt een aantal verschillende rechten geheven voor verstrekte diensten. De tarieventabel in titel 1 van de legesverordening kent dan ook een diversiteit aan tarieven.

Paragraaf Omschrijving Directe kosten              Loonkosten Overhead Opbrengsten

Kosten-dekkendheid

1 Burgerlijke stand

     € 29.940 

€ 79.860 

€ 56.889 € 140.430 84,25%
2 Reisdocumenten € 471.913 € 274.474 € 195.526 € 927.123 98,43%
3 Rijbewijzen € 129.651 € 170.689 € 121.593 € 411.785 97,59%
4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen € 6.919 € 46.251  € 32.946 € 66.301 76,99%
7 Overige publiekszaken € 3.385 € 6.335  € 4.513 € 8.051 56,57%
9 Leegstandswet € 240 € 1.267  € 902 € 2.327 96,56%
10 Kansspelen € 0 € 789  € 562 € 4.440 328,65%
11 Ondergrondse infrastructuren € 0 € 149.637  € 103.904 € 237.891 93,83%
12 Verkeer en vervoer € 32.802 € 41.761  € 29.746 € 41.139 39,44%
13 Diversen € 11.178 € 14.308  € 10.191 € 33.875 94,95%
  Totale kostendekkendheid hoofdstuk 1 € 686.027 € 785.371  € 556.772 € 1.873.362 92,37%

De kostendekkendheid van hoofdstuk 1 stijgt van 86,82% in de begroting 2026 naar 92,37% in de begroting 2027. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de actualisatie van de tarieven voor de burgerlijke stand (van 79,47% in 2026 naar 84,25% in 2027), waarmee de kostendekkendheid van deze producten is verbeterd, en door een hogere verwachting van het aantal af te geven rijbewijzen in 2027, waardoor de totale kostendekkendheid toeneemt.

Hoofdstuk 2 Omgevingswet

Betreft leges die de gemeente kan heffen in het kader van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. 

Paragraaf Omschrijving Directe kosten  Loonkosten Overhead Opbrengsten Kostendekkendheid
3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken € 0 € 1.424.050 € 1.014.350 € 2.258.564 92,62%
  Totale kostendekkendheid hoofdstuk 2 € 0 € 1.424.050 € 1.014.350 € 2.258.564 92,62%

De kostendekkendheid van hoofdstuk 2 ligt met 92,62% in 2027 in lijn met de kostendekkendheid van hoofdstuk 2 in de begroting 2026 (90,41%). De processen over hoofdstuk 2 (Omgevingswet) zijn geïnventariseerd en geïmplementeerd. Op dit moment worden deze processen gemonitord. Als de resultaten in 2027 aanleiding geven tot aanpassing, zullen we dit meenemen in de begroting van 2028.

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening die, in verband met de maatschappelijke betekenis ervan, bij veel gemeenten niet kostendekkend is. Dit is zichtbaar in de vergelijkingsmodule van de kostendekkendheid-app.

Paragraaf Omschrijving Directe kosten Loonkosten Overhead Opbrengsten Kostendekkendheid
1 Horeca  € 0  € 9.013 € 6.421 € 15.611 101,17%
2 Organiseren evenementen   € 0 € 37.147 € 26.462 € 30.040 47,23%
4 Winkeltijdenwet  € 0 € 359 € 256 € 399 64,88%
6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap)  € 200 € 1.231 € 877 € 2.503 108,45%
7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 0 € 0 € 0 € 47 0,00%
  Totale kostendekkendheid hoofdstuk 3 € 200  € 47.750 € 34.016 € 48.553 59,24%

Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening en bestaat grotendeels uit horeca- en evenementenvergunningen. De kostendekkendheid bedraagt 59,24% en ligt lager dan in de begroting 2026 (80,79%). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de processen voor evenementen zijn geactualiseerd en volledig zijn opgenomen in de kostendekkendheidsberekening na het vaststellen van de begroting van 2026, waardoor de werkelijke kosten beter in beeld zijn. Daarnaast zijn de legestarieven voor evenementen als gevolg van het gewijzigde evenementenbeleid geactualiseerd. Door de invoering van een nieuwe tariefstructuur voor A-, B- en C-evenementen worden structureel hogere legesinkomsten verwacht.

Lokale lastendruk t.o.v. buurgemeenten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lokale lastendruk t.o.v. buurgemeenten

In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de lastendruk voor inwoners en een vergelijking met enkele buurgemeenten.

  Bernheze Meierijstad Oss Maashorst
  2026 2026 2026 2026 2027
Onroerende zaakbelasting
Tarief eenpersoonshuishoudens in percentage van de WOZ-waarde 0,08 0,0867 0,091 0,0717 0,0762
Tarief meerpersoonshuishoudens in percentage van de WOZ-waarde 0,32 0,2133 0,21 0,2767 0,2942
Afvalstoffenheffing woningen
Tarief eenpersoonshuishoudens in euro's 226 213 322 224 234
Tarief meerpersoonshuishoudens in euro's 286 265 385 300 312
Rioolheffing woningen
Tarief eenpersoonshuishoudens in euro's 249 234 178 210 230
Tarief meerpersoonshuishoudens in euro's 249 249 178 255 279
Gemeentelijke woonlasten
Eenpersoonshuishoudens in euro's 955 943 964 834 889
Meerpersoonshuishoudens in euro's 1015 1010 1027 954 1016
Rangnummer t.o.v. alle gemeenten          
(voor het rangnummer geldt dat nummer 1 de laagste woonlasten heeft) 98 92 110 42 n.n.b.
           


Volgens de COELO onderzoek, Gemeente Maashorst staat in 2026 landelijk gezien op de 42e plaats (van de 345 gemeenten) als het gaat om de totale gemeentelijke woonlasten inclusief OZB. Plek 42 van 345 gemeenten betekent in dit geval dat 303 gemeenten zijn duurder.

Binnen de Provincie Noord-Brabant staat Gemeente Maashorst op plek 8 van 55 gemeenten (47 gemeenten in de provincie hebben hogere lasten.

Gerealiseerde opbrengsten Lokale heffingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Gerealiseerde opbrengsten Lokale heffingen

In onderstaande tabel staan de gerealiseerde opbrengsten van de lokale heffingen.

Bedragen (x€ 1.000)

Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Onroerende zaakbelasting

16.865

17.756

18.939

Afvalstoffenheffing

6.373

7.085

7.416

Rioolheffing

6.711

7.103

7.938

Marktgelden en standplaatsen

62

78

79

Begrafenisrechten

160

174

186

Parkeerbelasting

2.335

3.311

3.494

Reclamebelasting

185

224

233

Staangelden woonwagens

13

13

13

Secretarieleges (titel 1 legesverordening)

1.352

1.306

1.770

Leges omgevingsvergunningen (titel 2 legesverordening)

2.259

2.139

2.263

Overige leges (titel 3 legesverordening)

19

28

30

Forensenbelasting

29

36

38

Toeristenbelasting

654

706

638

Doorbelasting secretarieleges rijk

-485

-521

-589

Totale opbrengsten

36.532

39.438

42.449