Inleiding paragraaf financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding paragraaf financiering

In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico's vast. De paragraaf geeft daarnaast inzicht in de algemene ontwikkelingen, de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient, en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsbeleid

De belangrijkste doelen van ons beleid, zoals vastgelegd in het treasurystatuut zijn:

  • overtollige gelden zetten we alleen uit bij banken of instellingen die voldoen aan de eisen van de Wet Fido en de bijbehorende uitvoeringsregeling;
  • het aantrekken van langlopende leningen gebeurt door bij tenminste drie financiële instellingen een offerte aan te vragen;
  • we maken alleen gebruik van financiële instrumenten om risico’s te verkleinen en niet om te speculeren.

Uit deze keuzes blijkt dat we voor een laag risicoprofiel gekozen hebben. Het financieringsbeleid is er op gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven ernaar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een meerjarige raming van het financieringstekort proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente gedurende de periode 2027 t/m 2030 wordt in belangrijke mate bepaald door de geplande investeringen (zoals de investeringen voor onderwijs) en ontwikkelingen binnen het grondbedrijf.

Door de geplande investeringen is de verwachting dat in 2027 een langlopende lening van € 25.000.000 afgesloten zal moeten worden. In het bestedings- en dekkingsplan van deze programmabegroting zijn de bijbehorende rentelasten opgenomen.

Risicobeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Risicobeheer

Onder risicobeheer worden met name renterisico’s (van vaste en vlottende schuld) verstaan. Voor de toetsing van het renterisico heeft de overheid twee instrumenten gedefinieerd, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 
De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel de gemeente kort mag financieren als percentage van de begroting. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal.
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

Kasgeldlimiet

Omschrijving 2027
Omvang begroting (x € 1.000) 244.594
Toegestane kasgeldlimiet (in procenten van de grondslag) 8,5
Toegestane kasgeldlimiet in bedrag (x € 1.000) 20.790

Volgens de wet Fido mag de kasgeldlimiet gedurende maximaal 3 achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. Intern wordt hierop gestuurd. Deze limiet zal naar verwachting in 2027 overschreden gaan worden. Om deze overschrijding van de kasgeldlimiet op te lossen zal een langlopende lening van naar verwachting € 25 miljoen aangetrokken moeten worden.

Renterisiconorm

Het renterisico gaat over het risico dat de rente verandert op bestaande leningen. Dit gaat vooral om momenten waarop de rente opnieuw wordt vastgesteld en om aflossingen op langlopende leningen. We beperken dit risico door aflossingen over meerdere jaren te spreiden. Het renterisico wordt ieder jaar getoetst aan de renterisiconorm. Deze wettelijke norm wordt berekend door 20% van het begrotingstotaal te nemen. Bij het afsluiten van nieuwe langlopende leningen houden we rekening met de momenten waarop bestaande leningen moeten worden afgelost en waarop de rente opnieuw wordt vastgesteld. Zo proberen we het renterisico zo veel mogelijk te beperken.

In onderstaand overzicht worden de renterisiconorm en het renterisico uiteengezet (bedragen x € 1.000).

Stap Variabelen Renterisiconorm 2027 2028 2029 2030
1. Renteherzieningen 0 0 0 0
2. Aflossingen opgenomen geldleningen 6.739 6.359 6.376 6.394
3. Renterisico op de vaste schuld (1+2) 6.739 6.359 6.376 6.394
4. Renterisiconorm 48.919 48.919 48.919 48.919
5. Ruimte onder de renterisiconorm (4 -/- 3) 42.180 42.560 42.543 42.525
           
  Berekening renterisiconorm        
4a. Begrotingstotaal 2027 244.594      
4b. Vastgesteld percentage 20%      
4. Renterisiconorm (4a.* 4b. / 100) 48.919      

Algemene ontwikkelingen financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Algemene ontwikkelingen financiering

Kortlopende financiering
De rente voor kortlopende financiering is de afgelopen twee jaar duidelijk gedaald. Dit kwam vooral doordat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente verlaagde nadat de inflatie sterk was afgenomen. Hierdoor daalde ook de rente voor kortlopende leningen. In 2026 is de rente weer iets opgelopen. Dit komt onder andere door hogere inflatieverwachtingen en internationale ontwikkelingen (oorlog Oekraïne, situatie Midden Oosten, onrust op de handelsmarkt). De rente voor kortlopende financiering is meestal gekoppeld aan de Euribor-rente. De 1-maands Euribor ligt momenteel rond de 2,2%. Voor 2027 wordt verwacht dat de korte rente ongeveer op dit niveau blijft of iets kan oplopen. De ECB houdt de rente naar verwachting voorlopig relatief hoog om de inflatie onder controle te houden.

Langlopende financiering (kapitaalmarkt)
Ook de rente voor langlopende leningen is de afgelopen jaren veranderd. Na een daling in 2024 en 2025 is de rente in 2026 weer gestegen. Voor een lening met een looptijd van 25 jaar ligt de marktrente momenteel rond 3,75%. De stijging hangt onder meer samen met hogere inflatieverwachtingen en de eerder beschreven internationale ontwikkelingen.

De verwachte renteontwikkelingen zijn voor de gemeente Maashorst voor 2027 en verder verwerkt in het bestedings- en dekkingsplan van deze programmabegroting.

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsbehoefte

De gemeente Maashorst werkt met totaalfinanciering. Dit betekent dat alle inkomsten en uitgaven van de gemeente met elkaar worden verrekend voordat externe financiering wordt aangetrokken. Door goed inzicht te hebben in de verwachte inkomsten en uitgaven, kan de gemeente beter sturen op de benodigde geldmiddelen, de externe financiering en de rentekosten.

Onderstaande tabel laat zien hoe de financieringspositie van de gemeente zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelt. Dit is weergegeven in een kasstroomoverzicht.

Een kasstroomoverzicht laat zien hoeveel geld er in een boekjaar binnenkomt en uitgaat. Op basis van dit overzicht verwachten we dat het financieringstekort in 2027 zal oplopen. Dit komt vooral door de investeringen die op dit moment en in 2027 worden uitgevoerd. Daarom verwachten we dat de gemeente een langlopende lening moet afsluiten. De negatieve kasstroom is namelijk groter dan de toegestane kasgeldlimiet.

2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kasstroom uit operationele activiteiten
Saldo programmarekening / -begroting
3.437
0
0
-5.344
-2.936
61
Afschrijvingen
7.550
7.146
7.770
9.363
9.557
10.384
Mutatie werkkapitaal
-10.421
-6.182
10.727
17.219
7.496
6.510
- Mutatie voorraden
-7.398
-11.018
10.727
17.219
7.496
6.510
- Mutatie vorderingen
-5.349
8.863
0
0
0
0
- Mutatie kortlopende schulden excl. Bankschulden
2.326
-4.027
0
0
0
0
Mutatie reserves
10.362
-6.533
-5.255
8.851
-148
-2.178
Mutatie voorzieningen
2.974
-8.759
-3.513
-9.551
-1.212
-2.632
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
13.903
-14.328
9.729
20.538
12.757
12.145
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Investeringen immateriële vaste activa
-3.996
-391
-179
-127
-127
-127
Desinvesteringen immateriële vaste activa
23
0
0
0
0
0
Investeringen materiële vaste activa
-12.572
-21.492
-28.140
-34.622
-39.486
-30.452
Desinvesteringen materiële vaste activa (bijdrage derden)
2.009
10.625
6.826
3.415
4.073
4.294
Investeringen financiële vaste activa
0
-2.500
-2.000
-2.000
-1.000
0
Desinvesteringen financiële vaste activa
518
185
10
10
0
0
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-14.018
-13.573
-23.483
-33.324
-36.540
-26.285
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opname langlopende geldleningen
0
15.000
25.000
0
20.000
0
Aflossing langlopende geldleningen
-5.716
-5.827
-6.139
-6.759
-6.777
-7.594
Mutatie kasgeldleningen
5.000
-5.000
0
0
0
0
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
-716
4.173
18.861
-6.759
13.223
-7.594
Mutatie geldmiddelen
-831
-23.728
5.107
-19.545
-10.560
-21.734
De mutatie in geldmiddelen is als volgt te specificeren:
Liquide middelen ultimo vorig dienstjaar:
-5.301
-6.132
-29.860
-24.753
-44.298
-54.858
Liquide middelen ultimo dienstjaar:
-6.132
-29.860
-24.753
-44.298
-54.858
-76.592
Mutatie geldmiddelen
-831
-23.728
5.107
-19.545
-10.560
-21.734

Inzicht rentelasten/-baten

Terug naar navigatie - Financiering - Inzicht rentelasten/-baten

De BBV-voorschriften schrijven voor dat we ook inzicht moeten geven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de manier waarop we rente toerekenen aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden. Schematisch kan de rentetoerekening als volgt worden weergegeven (bedragen in duizendtallen):

 

 

 

Begroot 2027

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering € 3.027
b. De externe rentebaten (idem) - € 164
  Saldo rentelasten en rentebaten € 2.863 
c1. De rente die aan facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend - € 0 
c2.  De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend - € 52 
c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€ 124 
     € 72
  Aan taakvelden toe te rekenen externe rente € 2.935 
d1. Rente over eigen vermogen € 0 
d2. Rente over voorzieningen € 30 
  Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente € 2.965
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) - € 2.480 
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury (-=positief, +=negatief)  € 484 
  • Ad. a: Betreft de rentelasten over de reeds opgenomen langlopende geldleningen en de rente over kortlopende financiering (rekening-courant en kasgeldleningen).
  • Ad. b: Betreft de renteopbrengsten over de verstrekte langlopende leningen aan Area en derden en overige rentebaten (bijv. rente startersleningen).
  • Ad. c1: De toe te rekenen rente aan facilitaire grondexploitaties. Bij de gemeente Maashorst kennen we alleen algemene grondexploitaties. De rentetoerekening aan deze exploitaties is opgenomen onder onderdeel e.
  • Ad. c2: Wanneer specifieke leningen extern zijn aangetrokken om deze vervolgens voor hetzelfde bedrag door te verstrekken aan een derde partij, wordt dit ook gezien als projectfinanciering. Dit betekent dat de rentelasten en -baten niet worden opgenomen in de renteomslag. Voor Maashorst betreft dit 1 geldlening die doorgeleend is aan woningbouwcorporatie Area.
  • Ad. c3: Dit betreft de rentebaten van de doorgeleende geldleningen aan stichting Area en overige rentebaten (zie ook c2).
  • Ad. d1: Binnen de gemeente Maashorst wordt er geen rente toegevoegd aan reserves.
  • Ad. d2: Dit betreft de rentetoevoeging aan de voorziening nr. 7503001 Afkoop onderhoud begraafplaats (4,0%). Deze voorziening is op contante waarde gewaardeerd. In dat geval is rentetoevoeging aan de voorziening toegestaan.
  • Ad. e/f: De totaal aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt € 2.965.000. De omslagrente wordt berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal (middels totaalfinanciering) zijn gefinancierd. Op basis van de uitgangspunten in de BBV-notitie rente mag het omslagpercentage worden afgerond om een consistent percentage te kunnen hanteren.

Het te hanteren omslagpercentage is voor 2027 vastgesteld op 0,9% (2026: 0,9%). Door het afronden van het omslagpercentage ontstaat een begroot renteresultaat van € 484.000 nadelig. Jaarlijks zal de noodzaak tot aanpassing van het renteomslag-percentage beoordeeld worden.

Wet Hof/ EMU-saldo

Terug naar navigatie - Financiering - Wet Hof/ EMU-saldo

Schatkistbankieren

Om de overheidsschuld en het financiële risico voor decentrale overheden te verminderen, wil het kabinet dat gemeenten hun overtollige middelen niet meer overal kunnen stallen. Hiervoor is per 15 december 2013 de Wet schatkistbankieren van kracht geworden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen, boven een bepaald drempelbedrag, aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt op basis van de Wet Fido de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.

De komende jaren verwachten wij, als gevolg van de grote onderhanden werken positie (investeringen), geen overtollige middelen te bezitten. De financiële gevolgen van het verplicht Schatkistbankieren zijn naar verwachting voor onze gemeente dan ook te verwaarlozen.

  Berekening drempelbedrag schatkistbankieren 2027
1a. Begrotingstotaal verslagjaar 244.594
1b. Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 244.594
1c. Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat 0
  Drempelbedrag = (1b)*0,02 + (1c)*0,002  4.892

Wet Hof

Beleid
Het doel van de Wet Hof (Houdbare Overheidsfinanciën) is ervoor te zorgen dat Nederland voldoet aan de Europese afspraak dat het begrotingstekort maximaal 3% mag zijn. Ook gemeenten en andere decentrale overheden dragen hieraan bij. Het Rijk kijkt hierbij naar de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) samen. Voor de periode 2027 tot en met 2030 is afgesproken dat het gezamenlijke tekort van deze overheden maximaal 0,5% van het bruto binnenlands product (BBP) mag zijn. Het aandeel van gemeenten in deze afspraak is 0,34%. Dit wordt verdeeld over de afzonderlijke gemeenten op basis van de omvang van hun begroting. De EMU-referentiewaarde van een gemeente is geen harde norm. Het geeft aan welk deel van de gezamenlijke tekortnorm bij een gemeente hoort. Als een gemeente deze waarde overschrijdt, volgt daarom niet automatisch een sanctie. De meerjarige afspraak geeft tot en met 2030 duidelijkheid en zorgt voor rust bij het Rijk en de decentrale overheden. Als er in de toekomst wel sprake is van sancties, zullen wij hierop sturen.

Inzicht in individuele EMU-saldi
Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Het EMU-saldo is het verschil tussen inkomsten en uitgaven en geeft aan of sprake is van een overschot of een tekort. Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo in een paragraaf in de begroting. Via de geprognosticeerde balans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.
Aandachtspunt hierbij is wel dat een aantal componenten uit deze berekening moeilijk te voorspellen is, zoals bijvoorbeeld grond aan- en verkopen. Dit wordt veroorzaakt door de economische ontwikkelingen en het doorlopen van bijvoorbeeld planprocedures.

De meerjarige EMU-saldi van de gemeente Maashorst zijn als volgt:

Berekening EMU-saldo 2027-2030 (bedragen x€1.000)
2027
2028
2029
2030
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-5.237
-1.821
-6.004
-2.039
2. Mutatie (im)materiële vaste activa
15.723
23.971
26.983
15.901
-/-
3. Mutatie voorzieningen
-2.870
-736
-693
-2.289
+/+
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-10.727
-17.219
-7.496
-6.510
-/-
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
-/-
Berekend EMU-Saldo
-13.103
-9.309
-26.184
-13.719
Norm EMU-saldo
-3.824
-3.995
-4.153
-4.312
Overschrijding (-) of onderschrijding (+) ten opzichte van de norm
-9.279
-5.314
-22.031
-9.407

De saldi zijn gebaseerd op de volgende geprognosticeerde balans:

Geprognotiseerde balans (bedragen in miljoenen €)
ACTIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Ultimo 2027
Ultimo 2028
Ultimo 2029
Ultimo 2030
PASSIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Ultimo 2027
Ultimo 2028
Ultimo 2029
Ultimo 2030
Immateriële Vaste activa -onderzoek en ontwikkeling - bijdrage aan activa in eigendomvan derden
5
5
5
5
5
5
Eigen vermogen  -algemene reserves -bestemmingsreserves -jaarrekeningresultaat
143
137
131
135
132
130
Materiële Vaste activa -gronden en terreinen -gebouwen -wegen, riolering, etc. -machines
210
214
227
249
275
291
Voorzieningen -t.b.v.verplichtingen -t.b.v. risico's -t.b.v.kosten volgend jaar -t.b.v.specifieke bestedingen
37
28
25
15
14
11
Financiele Vaste Activa -verstrekte leningen (woningbouwcorp./derden) -aandelen -overige langlopende vorderingen
3
5
7
9
10
10
Leningen -opgenomen geldleningen van banken
55
65
83
77
90
82
Totaal vaste activa
217
224
239
263
290
306
Totaal vaste passiva
236
230
240
227
236
223
Voorraden -Bouwgronden in exploitatie -Overige gronden
35
46
35
18
10
4
Overige kortlopende activa -debiteuren/Nog te ontvangen bedragen -kas-/banksaldi
34
25
25
25
25
25
Kortlopende passiva -crediteuren (nog te betalen bedragen) / overige schulden -overlopende passiva -vooruitontvangsten (Rijk)
50
65
60
79
90
112
Totaal vlottende activa
69
71
60
43
35
29
Totaal vlottende passiva
50
65
60
79
90
112
Balanstotaal
286
294
299
306
326
335
Balanstotaal
286
294
299
306
326
335